Friedman verklaart het ‘popularisme’

Columnist Thomas Friedman van de New York Times heeft twee verklaringen bedacht voor het feit dat zo weinig leiders vandaag de dag nog in staat zijn hun volk te inspireren. De ene verklaring is van technologische aard en de andere heeft te maken met generatieverschillen.
Door de opkomst van de sociale media is de afstand tussen de leiders en hun 'onderdanen' steeds kleiner geworden. De meeste politici zijn tegenwoordig alleen nog maar met kortetermijnzaken bezig en laten zich daarbij sturen door de waan van de dag. Er is bijna niemand meer die het aandurft om tegen de stroom in te zwemmen en een impopulaire boodschap te ventileren, uit angst onmiddellijk te worden afgestraft. Friedman komt in dit verband met een variant op de 'Wet van Moore,' die inhoudt dat de rekenkracht van computerchips iedere twee jaar verdubbelt: de kwaliteit van het politieke leiderschap vermindert met iedere 100 miljoen nieuwe gebruikers van Facebook en Twitter.
Daarnaast hebben we volgens Friedman tegenwoordig te maken met 'verwende' leiders. De vorige generatie is volwassen geworden in of na de oorlog en moest keihard werken om iets te bereiken. De huidige generatie stamt uit de jaren zestig en zeventig, toen de bomen tot in de hemel leken te groeien en alles vanzelf leek te gaan.
Als voorbeelden noemt hij de Amerikaanse presidenten George H.W. Bush en zijn zoon George W. Bush. Bush senior meldde zich na de Japanse aanval op Pearl Harbor als vrijwilliger bij de Amerikaanse strijdkrachten, maar Bush junior drukte zijn snor toen hij werd opgeroepen om in Vietnam te vechten. Bush senior verhoogde de belastingen toen dat nodig was (en verloor daardoor zijn presidentschap), en Bush junior ging de geschiedenis in als de eerste president die de belastingen in oorlogstijd verlaagde, niet één maar zelfs twee keer.

Bron(nen):   New York Times      

2 Reacties Doe mee met de discussie →