‘Geert was een rotjoch. Egocentrisch en agressief.”

Paul Wilders gaat in Der Spiegel los over broer Geert. 'Ik zal geen privédetails vertellen, maar hij was extreem, zelfs voor een puber. Geert had een tunnelvisie. Compromissen bestonden niet voor hem. Weet u, mijn moeder leeft voor haar kinderen, ze houdt innig van hen. Maar Geerts gedrag tegenover haar en mijn vader was zo rampzalig dat ze op een dag ernstig overwoog om hem aan de deur te zetten.' 'Zijn radicalisering is een proces van jaren geweest. In Israël was hij getuige van de spanningen met Palestijnen. Toen hij later in Utrecht woonde, werd zijn wijk meer en meer door Turken en Marokkanen bevolkt. Dat beviel hem niet. Als jong parlementslid heeft hij ook eens een reis naar Iran abrupt stopgezet. Hij voelde zich zo bedreigd dat hij zich halsoverkop van het hotel naar de luchthaven spoedde en het eerste vliegtuig weer naar huis heeft genomen. Na de aanslagen van 11 september 2001 en de moorden op Pim Fortuyn in 2002 en Theo van Gogh in 2004 heeft hij het gat in het politieke landschap ontdekt, en zich voluit als islamcriticus geprofileerd. Toen begonnen ook de bedreigingen – en als je dan altijd bewaakt wordt, slaat de paranoia toe.' 'Sinds ik hem in december op Twitter heb bekritiseerd, heeft hij me geblokkeerd. Zo gaat dat bij hem. Wie tegenspreekt, krijgt straf. Voor Geert bestaat er alleen zwart en wit, er is niks daartussen.'

Bron(nen):   Der Spiegel