Risico van cyberoorlog in het Midden-Oosten neemt toe

Veiligheidsexperts maken zich ernstige zorgen over het toenemend gebruik van computervirussen om cruciale infrastructuur in het Midden-Oosten lam te leggen. In augustus werden dertigduizend computers van het Saoedische olieconcern Aramco getroffen door een virus dat bekend staat als ‘Shamoon’. Het is vermoedelijk ontwikkeld in Iran, of door ‘hacktivisten’ in opdracht van Iran, als antwoord op de Stuxnet- en Flame-virussen die Israël en de VS naar alle waarschijnlijkheid hebben gebouwd om de Iraanse nucleaire installaties te ontregelen.

Een groepering die zichzelf ‘Cutting Sword of Justice’ (het Vlijmscherpe Zwaard der Gerechtigheid) noemt, heeft de verantwoordelijkheid opgeëist voor de aanval op Aramco. De Saoedische regering werd verweten misdaden te hebben gepleegd in naburige staten als Syrië en Bahrein.

Volgens de Amerikaanse minister van Defensie Leon Panetta kan de dreiging die van gecoördineerde cyberaanvallen op cruciale infrastructur uitgaat worden vergeleken met een ‘digitaal Pearl Harbor.’ Functionarissen van Kaspersky Labs, het Russische computerveiligheidsconcern, hebben gewaarschuwd dat door de opkomst van cyberwapens de kennis over het schrijven van computervirussen exponentieel zal toenemen. Industriële computersystemen die bijvoorbeeld worden gebruikt voor het runnen van elektriciteitscentrales zijn dikwijls oud en daardoor kwetsbaar voor aanvallen.

Bron: Financial Times