Haar dagen waren geteld, de enveloppen voor de rouwkaart geschreven. Een dag voor haar geplande overlijden had de terminaal zieke Jolanda van Voorst (74) een laatste afspraak. Een medicus zou op bezoek komen om de
euthanasie te bevestigen. Maar toen kreeg de middag een onverwachte wending, verteld ze
aan het ADJolanda wilde op het laatste moment blijven leven omdat ze opeens weer iets van plezier en perspectief voelde. De dag vóór haar geplande
euthanasie dronk ze met een arts een glas wijn en voerde een echt gesprek, waarin ze merkte dat er nog verlangens en nieuwsgierigheid naar de toekomst in haar zaten. Dat ene moment – “een glas wijn, een gesprek” – was genoeg om haar te laten twijfelen aan haar besluit en te beseffen dat ze het leven toch nog niet wilde loslaten.
Jolanda is niet de eeerste en de enige die blijft zitten met een te vroege rouwkaart.
Artsen beschrijven hoe patiënten die maandenlang spraken over uitzichtloos lijden opeens zeggen dat “het leven weer lacht”. Een kleinkind dat wordt geboren, een behandeling die toch aanslaat, een nieuwe liefde op hoge leeftijd: het zijn klassieke voorbeelden uit de casuïstiek waarin het verzoek wordt aangehouden of ingetrokken. De euthanasiewet verplicht artsen om elke keer opnieuw te toetsen of het lijden nog uitzichtloos en ondraaglijk is, en of er werkelijk geen redelijke alternatieven meer zijn. En soms schijnt er dan ineens weer licht.