In het Oekraïense Stepnohirsk, een verwoest dorp bij Zaporizja, is de gemiddelde levensverwachting
van een nieuw aangevoerde Russische soldaat volgens Oekraïense special forces nog maar twaalf minuten. Ooit woonden er 5.000 mensen, nu is het een frontzone waar negen kapotgeschoten flats en verbrande huisjes zijn opgedeeld tussen beide legers, die van kamer tot kamer vechten.
Rusland heeft er parachutistendivisies, gemotoriseerde infanterie en Spetsnaz ingezet, tegenover een veel kleinere Oekraïense speciale eenheid, Ferrata, ondersteund door drones en
kunstmatige intelligentie. Drones hangen continu boven het dorp, sturen warmtebeelden naar het commandocentrum en jagen op iedere beweging.
Een Ferrata-officier schat dat het
Oekraïne 5.000 à 6.000 dollar kost aan granaten en FPV-drones om één Russische soldaat uit te schakelen. Tegelijkertijd vertellen militairen over missies waarbij loopgraven in brand vliegen, acht drones in vijftien minuten inslaan en teams urenlang onder rook in een brandende stelling moeten blijven om te overleven.
Sinds Russische toegang tot
Starlink boven Oekraïne is afgesneden, kampen Russische troepen met communicatieproblemen en zijn ze op sommige plekken teruggedrongen, maar de aanvallen op Stepnohirsk gaan onverminderd door. Commandant Mongol vat de logica van deze strijd samen: tanks en drones zijn nutteloos zonder manschappen; het draait hier vooral nog om het doden van zoveel mogelijk vijandelijke soldaten.