“Er zit een naar, elitair luchtje aan het fenomeen vliegschaamte”

“Nu vliegen bereikbaar wordt voor alle lagen van de bevolking, zet de bovenklasse zich er onder het mom van duurzaamheid tegen af,” schrijft wetenschapsjournalist en documentairemaker Hidde Boersma in een interessant en veel gelezen opiniestuk in de Volkskrant.

Boersma beaamt dat vliegreizen bijdragen aan het klimaatprobleem. “Vliegen is op dit moment verantwoordelijk voor ongeveer 3 procent van de jaarlijks uitstoot van broeikasgassen, maar projecties van klimaatpanel IPCC gaan uit van tussen de 5 en 15 procent bij ongewijzigd beleid.” Die stijging wordt vooral veroorzaakt doordat inwoners van ontwikkelingslanden de komende decennia genoeg geld hebben om te vliegen.

Reizen is belangrijk
Je kunt om duurzaamheidsredenen afzien van vliegen, maar zo schrijft Boersma, “het is maar zeer de vraag of dat een goed idee is. Verre reizen maken de wereld namelijk een betere plek, met name omdat ze de empathie voor andere mensen en culturen vergroot. In Enlightment Now (2018) wijst de Canadees-Amerikaanse psycholoog Steven Pinker drie oorzaken aan voor wat hij de ‘lange vrede’ is gaan noemen, de ongeëvenaarde daling van het aantal oorlogen, moorden en geweldsincidenten in de afgelopen zeventig jaar: geletterdheid, globalisering en reizen.” Volgens de wetenschapsjournalist is het dus uiterst belangrijk dat mensen andere culturen blijven leren kennen en daar is nu eenmaal het vliegtuig voor nodig.

Elitair luchtje
Hij vervolgt: “Er zit bovendien een naar, elitair luchtje aan het fenomeen vliegschaamte. Dat de term juist nu aanslaat bij de stedelijke bovenklasse, net nu ook ‘het volk’ massaal het vliegtuig pakt, is geen toeval. Hoe oprecht de zorgen voor het milieu ook zijn, we zien deze reflex wel vaker: als iets wat voorheen voor een kleine elite was plots beschikbaar wordt voor iedereen, gaat de bovenklasse er zich tegen afzetten. Op zo’n moment wordt het een statussymbool om het te laten, omdat dat de uitzondering is boven de norm. En dus kijken de hogeropgeleiden neer op budgetmaatschappijen en goedkope reizen, waarvan mensen met een minder dikke portemonnee zo profiteren.”

Plastic
“Naast vliegen, is dat ook zichtbaar bij het bezitten en aanschaffen van spullen in het algemeen – en plastic spullen in het bijzonder,” schrijft Boersma. “De marxistische vooruitgangsdenker Leigh Phillips beschrijft in zijn boek Austerity Ecology and the Collapse-Porn Addicts (2015) dat kritiek op consumeren zich nooit richt op het drinken van wijn of eten in luxe restaurants, maar altijd op net die dingen die het leven van armere mensen makkelijker maken. Plastic heeft bijvoorbeeld het assortiment betaalbaar speelgoed aanzienlijk vergroot, in tijden van Sinterklaas biedt het ook voor minderbedeelden de mogelijkheid flink uit te pakken en hun kinderen te verwennen.

Waarom, schrijft Phillips, is duurder houten speelgoed het toonbeeld van duurzaamheid en verfijndheid, terwijl het net zo goed consumentisme is?”

Hij geeft zelf het antwoord: “Een belangrijke reden hiervoor is snobisme, want het duurzaamheidsargument gaat maar deels op en dient vooral als schaamlapje om het dedain tegenover andere klassen te verbloemen. Boersma legt uit dat plastic vaak duurzamer is dan bijvoorbeeld hout, omdat het langer meegaat en er minder land voor nodig is. Het Deense RIVM toonde zelfs aan dat katoenen boodschappentassen slechter zijn voor het milieu dan plastic tasjes, mits er goede afvalverwerking is zoals in Denemarken en Nederland.

Biologisch voedsel
“Ook op het gebied van voedsel zet de bovenklasse zich af tegen massaproducten nu die goedkoper worden en er steeds meer mensen van kunnen profiteren,” vervolgt de journalist. “Met name bewerkt voedsel, fastfoodrestaurants en goedkoop vlees moeten het ontgelden.” De Amerikaanse voedselhistoricus Margot Finn van de Universiteit van Michigan schrijft dat biologisch en lokaal niet per definitie duurzamer of gezonder zijn. “Voedsel van ver heeft regelmatig een lagere ecologische voetafdruk dan eten uit de buurt, onder andere omdat het onder klimatologisch betere omstandigheden wordt geteeld. Hetzelfde geldt voor biologische landbouw, dat qua milieudruk vaak minder presteert dan conventioneel geteeld voedsel, zo blijkt uit een befaamde overzichtsstudie van de universiteit van Minnesota uit 2017. Zo is er meer uitspoeling van voedingsstoffen als nitraat (een stikstofverbinding) naar water en lucht. Ook zijn de opbrengsten lager, waardoor er meer oppervlak nodig is, wat ten koste gaat van de natuur. En dat chique Ierse weiderundvlees? Dat heeft een grotere klimaatimpact dan de plofkip.”

Lees het hele stuk hier.

Bron(nen):   De Volkskrant  Hidde Boersma