Frankrijk zoekt Joodse eigenaren van door nazi’s geroofde kunst

Bijna 70 jaar na de Tweede Wereldoorlog begint Frankrijk een zoektocht naar de Joodse eigenaren van ongeveer 2.000 door nazi’s geplunderde kunstwerken, van Monets, Rubensen tot Renoirs. Schilderijen die hangen in musea, zoals het Louvre en het Musée d’Orsay in Parijs.

In plaats van te wachten tot eisers zich melden, zal de regering van president Hollande een team samenstellen van historici, toezichthouders, archivarissen en conservatoren die de families zal opsporen.

“Het is onze laatste kans om de eigenaren te vinden”, zei Jean-Pierre Bady, oud-directeur van het ministerie van Cultuur en lid van de Franse Commissie voor de schadeloosstelling van beroving Slachtoffers. 

Tussen 1933 en 1945 namen de nazi’s honderdduizenden kunstwerken uit Joodse privé-collecties in beslag. Na de oorlog werd een groot deel van de kunst teruggegeven aan de nationale overheden, de kunstwerken die niet werden opgevraagd belandden in musea. 

Vorige week heeft Frankrijk al zeven door de nazi’s geroofde schilderijen teruggegeven aan nabestaanden van de vroegere Joodse eigenaren. Daaronder zijn vier kunstwerken die in het Louvre hangen, waaronder De verleiding van de heilige Antonius van de Italiaanse kunstenaar Sebastiano Ricci (1659-1734) en een portret van de Venetiaan Pietro Longhi (1702-1785).

Zes van de zeven kunstwerken waren eigendom van Richard Neumann, een Oostenrijkse Jood. Hij verkocht ze ver onder de waarde aan de nazi’s om uit Frankrijk weg te kunnen komen. Het zevende schilderij was van een Joodse bankier in Praag gestolen. Alle schilderijen zouden worden tentoongesteld in een kunsthal die Adolf Hitler in de Oostenrijkse stad Linz wilde laten bouwen.

Bron(nen):   Bloomberg