“Patiënten smeken: wil je alsjeblieft zorgen dat ik niet stik?”

Twee hoofdverpleegkundigen Natalie en Debby houden voor Het Laatste Nieuws een dagboek bij van het hectische leven in de frontlinie. “De vraag die we hier van onze patiënten het meest horen, is: ‘Wil je alsjeblieft zorgen dat ik niet stik?'”

Fragmenten uit de twee dagboeken

“Van mijn veertien bedden zijn er elf bezet. De gemiddelde leeftijd van de patiënten schommelt rond de 60 jaar. Sommigen vechten op leven en dood. Ze ervaren het bijna als een opluchting wanneer je hen voor de beademing in slaap moet doen. Zo, van: ‘Laat mij maar wat slapen nu, laat het mij even niet meer voelen.’ Zo pijnlijk vermoeiend is het om hier te liggen.”

“Een patiënt gaat zo snel achteruit dat hij heel dringend aan de beademing moet. Hij is in paniek. ‘Goh, wacht, ik moet mijn vrouw nog een berichtje sturen.’ Een collega, die aanvoelt dat de man eigenlijk het liefst van al zijn echtgenote nog even aan de lijn zou hebben, zegt dat hij haar zeker nog even kan bellen. We horen hem tegen haar zeggen: ‘We zullen elkaar over een tweetal weken terugzien…’ Maar hij beseft heel goed dat dat mogelijk ook niet zo zal zijn. Het hakt erin, op de afdeling. Omdat we niet weten of hij het zal halen. (stil) Het enige wat we met zekerheid weten, is dat we ons uiterste best gaan doen om hem te redden. We zien het nu continu: hoe mensen letterlijk van het ene moment op het andere heel fel achteruitgaan. En wat voor een angst dat teweegbrengt. Daarstraks nog moest een vijftiger heel snel in slaap worden gedaan, hij was zo bang dat één van mijn verpleegkundigen zijn hand vasthield totdat hij in coma was gebracht.”

”Ik troost een doodsbange vrouw die op mijn afdeling ligt terwijl haar man op intensieve zorgen voor zijn leven vecht. Voordat hij aan de beademingsmachine werd gelegd, heeft ze hem nog even aan de lijn gehad. ‘Ik kan niet vatten wat hier allemaal gebeurt’, huilt ze. Haar echtgenoot is herstellende van een zware chemokuur, het ging net de goeie kant op met hem en nu krijgt hij corona. De vrouw mag vanavond met een quarantainevoorschrift naar huis, waar ze helemaal alleen zal zijn, niet wetend hoe het haar zal vergaan en verstoken van elk fysiek contact met haar doodzieke man. Hier spelen zich drama’s af, die ook voor ons zo onwezenlijk aanvoelen.”

“De dingen die ik hier het meest hoor? (stil) ‘Laat mij alsjeblieft geen pijn hebben.’ ‘Ik wil niet zonder lucht komen te zitten.’ ‘Wil je ervoor zorgen dat ik niet stik?’ En daar zorgen wij voor, voor elk van hen. Dag in dag uit.”

De verpleegkundigen die het dagboek bijhouden zijn anderen dan die op de foto staan.
Bron(nen):   HLN