Honderdste dag van coronacrisis in Nederland

Nederland kampt honderd dagen lang met het coronavirus. Op 27 februari werd een 56-jarige man uit Loon op Zand opgenomen in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in het naastgelegen Tilburg. Hij was de eerste Nederlander bij wie het virus werd vastgesteld. Een dag later bleek ook een vrouw uit Amsterdam corona te hebben. Inmiddels staat de teller op bijna 47.000 gevallen, maar het werkelijke aantal patiënten ligt waarschijnlijk veel hoger.

Covid-19, de ziekte die door het virus wordt veroorzaakt, heeft in Nederland bijna 6000 mensenlevens geëist. De eerste dode viel op 6 maart, dag 9 van de uitbraak. Een 86-jarige man uit Oud-Beijerland overleed in het Ikazia Ziekenhuis in Rotterdam. Op dag 10 viel ook een dode, op dag elf twee doden. Vanaf dag 17 van de uitbraak (14 maart) begon het aantal doden hard op te lopen. Op 18 maart stond de teller op meer dan 100 doden en op 29 maart kwam het dodental boven de 1000. Zes dagen later waren al meer dan 2000 mensen overleden aan het coronavirus en nog zes dagen later al ruim 3000 mensen. Met andere woorden: tussen 29 maart en 10 april vielen 2000 doden.

In deze dagen was de corona-uitbraak op zijn hevigst, maar vanaf half april zakte het tempo. Aanvankelijk ging dat met kleine stapjes. In acht dagen liep het dodental op van 3000 naar 4000. Tien dagen later, op 28 april, kwam het dodental boven de 5000 uit. Dit was dag 62 van de uitbraak. Donderdag, op dag 99 van de coronacrisis, stond het dodental net onder de 6000. In bijna twee maanden is het aantal doden even sterk gestegen als in bijna twee weken op het dieptepunt van de crisis.

Het grensgebied van Noord-Brabant en Limburg, het zuiden van Limburg en het noorden van de Veluwe zijn het zwaarst getroffen, komt naar voren uit de cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De ziekte treft vooral ouderen. Bij vrouwen is het coronavirus vaker vastgesteld, maar meer mannen zijn in ziekenhuizen opgenomen en overleden.