Bekende therapeute: “We zijn kinderen als een vorm van zelfrealisatie gaan zien”

Kinderen krijgen en ze ook nog grootbrengen is niet meer zo simpel als vroeger. Tegenwoordig moeten ze ook het bewijs zijn dat je het goed doet in het leven, zegt de Vlaamse relatietherapeute Rika Ponnet in de Volkskrant. Daardoor dreigen ouders soms de balans kwijt te raken.

Crisis
“Wij therapeuten zien het krijgen van kinderen als een crisissituatie,” vertelt Ponnet, bekend van de boeken Alleen met jou en Blijf bij mij. “Het evenwicht dat er was, wordt compleet onderuit gehaald en je moet alle rollen herdefiniëren. De vluchtroutes die er waren vóór de komst van de kinderen zijn er niet meer.”

Kinderen als bewijs
Bovendien neemt de druk op ouders om alles goed te doen toe. “We zijn kinderen als een vorm van zelfrealisatie gaan zien,” zegt Ponnet. “Naast onze baan is het welzijn en de ontwikkeling van onze kinderen een bewijs dat we het goed doen.” Dit maakbaarheidsideaal maakt de opvoeding zwaarder. “Mijn vader vond het belangrijk dat het goed ging op school, maar hij lag niet wakker van mijn emotionele welzijn van dag tot dag. Nu zitten ouders daar bovenop,” aldus Ponnet.

Relativeren
Zelf pakt de deskundige het anders aan. “Mijn stelregel voor het gezin was: liggen we hier over tien jaar nog wakker van? Nee? Dan ga ik me er niet al te veel zorgen over maken.”

Ouderschapscoach Yol Kuijer heeft dezelfde soort relativerende vraag: “Ik vraag ouders vaak: hoe kijk je over vijf jaar terug op hoe jullie het hebben aangepakt? Dan ga je vanzelf nadenken over het grotere plaatje. Wat wil je je kinderen meegeven? Waren al die drukke activiteiten wel nodig?”

Datenight
Een datenight wordt vaak aangegrepen om de balans weer terug te vinden, maar ‘micromomenten waarop je even echt contact met elkaar maakt, zijn belangrijker’, zegt Ponnet. “Uit neurologisch onderzoek blijkt dat die momenten, versnipperd door de week, ervoor zorgen dat onze stressregulatie optimaal blijft, waardoor we emotioneel stabieler zijn. Die ene datenight geeft minder voldoening.”

Bron(nen):   De Volkskrant