Vrouwen zijn vrijer en ongelukkiger

"Amerikaanse vrouwen zijn rijker, gezonder en beter opgeleid dan dertig jaar geleden. Ze werken vaker buitenshuis en verdienen salarissen die gelijkwaardiger zijn aan die van mannen die hetzelfde werk doen. Ze kunnen hun huwelijken ontvluchten als ze mishandeld worden. Ze hebben een ongekende controle over hun eigen vruchtbaarheid. In toemenende mate lijken mannen – opleidingsniveau, levensverwachting en nu ook baanzekerheid – de achtergestelde sekse," schrijft columnist Ross Douthat in The New York Times.
En toch zijn vrouwen nu ongelukkiger dan dertig jaar geleden. Hoe kan dat toch? Hoe kan het dat mannen tegenwoordig gelukkiger zijn dan vrouwen, terwijl dat vroeger precies andersom was?
Het is verleidelijk een verband te zien tussen de twee fenomenen en te concluderen dat het feminisme vrouwen ongelukkig heeft gemaakt – precies de conclusie van conservatieve commentatoren.
Maar het zou ook kunnen dat andere factoren een grotere rol bij de verklaring van het vrouwelijke ongeluk, zoals de dubbele werkbelasting van vrouwen die naast hun baan buitenshuis ook nog de verantwoordelijkheid hebben over een huishouden. Feministes zullen deze verklaring omhelzen, net als iedere andere uitleg die erop neerkomt dat de feministische revolutie nog niet ver genoeg is doorgevoerd.
Een ding is wel duidelijk, meent Douthat, en dat is dat de toename van het aantal alleenstaande moeders bijdraagt aan het vrouwelijke ongeluk. En juist op dat punt zouden conservatieven en feministes de handen ineen kunnen slaan. Zoals ze eerder gezamenlijk optrokken tegen porno, zo zouden ze nu samen kunnen werken in een publieke veroordeling van mannen die bij de ene na de andere vrouw een kind verwekken. In patriarchale tijden werden ‘gevallen vrouwen’ veroordeeld, dat lot zou nu voorbestemd zijn voor ‘seriële kinderverwekkers’ en ‘verzamelaars van trophywives‘.

Bron(nen):   The New York Times  The Week