Eindelijk: de Britten rotten op

De economische recessie speelt eindelijk klaar wat de Fransen zelf in geen tweehonderd jaar is gelukt: de Britten uit hun land verdrijven.
De afgelopen decennia kwamen massa’s Engelsen naar Frankrijk. Deels voor de natuur en de keuken en de verlokkelijke Franse levensstijl. Maar ook omdat ze met hun dure pond flink konden huishouden op de Franse woningmarkt. Zo’n 200.000 Britten vestigden zich in Frankrijk, nog eens 200.000 kochten er een tweede huis. 
Sommige delen van het land zoals Normandie, de Dordogne (ook wel Dordogneshire genoemd) en de Provence zijn door Britten behoorlijk onder de voet gelopen en dat was niet altijd naar volle tevredenheid van de Fransen – nadat ze eerst uiteraard topprijzen hadden gevraagd voor het vaak bouwvallige onroerend goed.
Maar dat is nu allemaal anders.
The New York Times schrijft met een zeker gevoel voor leedvermaak hoe de Britse droom uit elkaar aan het spatten is. In korte tijd slonk de waarde van het pond enorm en net als elders in Europa heb je Engelsen die het nu even wat minder goed gaat dan een jaar geleden. De krant consulteert een gespecialiseerd verhuisbedrijf in Biarritz waar men sinds een jaar merkt hoe de klad zit in het verhuizen naar het vasteland. En hoe omgekeerd de terugreis naar het perfide Albion juist toeneemt. 
Elders, in Mayenne komt iemand aan het woord die zich inspant voor de integratie van Engelsen in Franrijk (een onmogelijke missie, red.) en die ook ziet hoe de aantallen teruglopen.
Het zijn soms dramatische getuigenissen; mensen kwamen naar Frankrkijk voor een beter leven, ze waren soms met zovelen dat er zich zelfs een Engelse kruidenier in de buurt had gevestigd en nu laat la douce France zich van een andere kant zien. Het geld is nagenoeg op en het te dure huis gaat op dit moment maar moeilijk van de hand.
Eindelijk, de Britse invasie lijkt tot staan gebracht.
Mission accomplished, zouden de Fransen zeggen. Als ze Engels spaken.

Bron(nen):   The New York Times