Politiek incorrecte feiten over de mens

    1. De meeste zelfmoordterroristen zijn moslim
Dat heeft niets te doen met politiek, of de inhoud van het geloof, maar wel met seks. Weinig mannen bezitten in de islam in hun eentje vele vrouwen. Als gevolg daarvan zijn veel mannen zonder vrouw. Dat leidt tot wanhoop en tot een bereidheid te sterven.

    2. Mannen houden van blondines en vrouwen voldoen daaraan graag
Mannen vallen op vrouwen die de indruk wekken vruchtbaar te zijn. Een bepaalde lichaamsbouw en blond haar geeft mannen instinctief die indruk. En vrouwen willen graag een goede partner en proberen dus aan die wens te voldoen.

    3. Mensen zijn van nature polygaam
Bij aapachtige geldt de regel dat de mate waarin het mannetje groter is dan het vrouwtje iets zegt over de mate van polygamie. Mannen zijn gemiddeld tien procent groter dan vrouwen. Bij zo’n afwijking hoort polygamie.

    4. Het is natuurlijk voor mannelijke politici om veel te riskeren voor een slippertje
Door de eeuwen heen hebben machthebbers alle kansen aangegrepen om hun zaad te verspreiden: bij hun echtgenotes, hun concubines en hun slaven. Genen en nageslacht bekommeren zich niet om de burgerlijke stand

    5. De midlife crisis is een mythe
Die mythe wil dat de man door een crisis gaat. Feitelijk is het zo dat zijn vrouw door een midlifecrisis gaat: de menopauze. Daardoor voelt de man de aandrang een nieuw doel te zoeken voor zijn voortplantingsdrang.

    6. Mooie mensen hebben meer dochters
De genetica wil zoveel mogelijk doorgeven aan de volgende generatie. Als je geen bezit hebt (want dan is de kans groter op een jongen) maar je bent wel mooi, dan stijgt je kans op dochters. Die hebben immers iets aan schoonheid, zonen niet.

    7. Als je zonen hebt, is de kans groter dat je bij elkaar blijft
Mannen willen van nature hun bezit doorgeven aan hun zonen. Zelfs in een tijd waarin veel mannen geen bezit meer hebben blijven mannen met zonen nu nog altijd vaker bij hun vrouw.

Een lijst met feiten, die je niet hoort te noemen.
Ga voor de onderbouwing naar de site van Psychology Today.

   

Bron(nen):   Psychology Today