Bestemming: K2

Op het gevaar af dat u mij een tikkeltje ouderwets of zelfs wereldvreemd vindt, zeg ik u dat het me ietwat verbaast als ik op zondagochtend The New York Times opensla, alles electronisch, en een reportage lees van iemand die in Pakistan de K2 opgaat.
Jarenlang was zoiets voorbehouden aan het gilde der bergbeklimmers. Je offerde je hele leven op om hoge bergen te beklimmen, had eigenlijk geen normaal bestaan en als dat allemaal goed afliep, schreef je na afloop met de ene hand die nog niet geamuteerd was een boek waar de thuisblijvers van smulden.
Alleen maar lezen over zulke avonturen is een tikkeltje achterhaald geworden. 
Wat veel eigentijdser is, is dat je zelfs de stoute bergschoenen aantrekt en eens even die Mount Everest opklautert. Of de K2, want op de Mount Everest ben je eerder al geweest (vorig jaar bereikten 450 mensen de top) en nou is het tijd voor een echte uitdaging, voor een berg die weliswaar minder hoog is maar veel moeilijker te bedwingen. Avonturier is een beroep geworden dat menigeen heeft gekozen en als de top van de K2 te hoog is, dan ga je naar het basiskamp.
Het verslag van zo’n trip wordt al bijna routine. Hier en daar liggen in het ijs de lijken van andere fortuinzoekers die er niet helemaal goed vanaf kwamen. En verderop zie je lege zuurstofflessen en de restanten van tenten die – al dan niet met de inwonenden – van de berg zijn geblazen. 
Vandaag dus in The New York Times: het verhaal van een tocht op de K2, tikkeltje gevaarlijk maar wel erg avontuurlijk. Met aan het einde alle informatie die u maar wenst over deze trip; u kunt bij wijze van spreken morgen al vertrekken.

Bron(nen):   The New York Times