Zo kregen we Saddam te pakken

‘Searching for Saddam’ heet een bijzonder ambitieuze serie artikelen waarvan aflevering 1 vandaag op Slate is verschenen – de andere 4 delen volgen later deze week. Titel van het verhaal van vandaag: ‘The five families of Tikrit.’
Toen het Amerikaanse leger in april 2003 Irak onder de voet liep, was onbekend of Saddam Hussein nog leefde. De plekken waar hij mogelijk zat, waren zwaar bestookt met bommen en Tomahawk-raketten, en mogelijk was de dictator daarbij omgekomen. In ieder geval was er een lijst van 55 mannen die in de categorie ‘most wanted’ vielen’ en daar kon vervolgens op gejaagd worden.
De oorlog in Irak is inmiddels gelabeld als een mislukte missie – de ‘intelligence’ had gefaald – en dat zal voormalig president Bush nog lang worden nagedragen. En daarmee, aldus Slate, wordt makkelijk vergeten hoe knap het was dat de afgezette dictator is gevonden, en dat was ook de vrucht van inspanningen van de Amerikaanse inlichtingendienst. 
Om op het spoor van Saddam te komen, was nodig te begrijpen hoe Irak politiek gezien was georganiseerd en met de wijsheid van vandaag kan worden gezegd dat de oude tribale invloeden daarbij enorm zijn geweest. Bovendien was nog een andere factor van belang: de zeer paranoide inslag van Saddam. 
24 jaar lang was hij moordend zijn gang gegaan en hij was ongelooflijk beducht voor vijandschap in eigen land en eigen gelederen. Je zou kunnen zeggen dat hijzelf zo wreed en onbetrouwbaar was, dat hij zich niet kon voorstellen dat andere mensen wel te vertrouwen waren. Gevolg: Saddam was een ongelooflijke survivor en een meester in het verdwijnen zonder sporen na te laten. 
Ga naar de link voor het hele verhaal over de jacht op Saddam, vandaag en ook de rest van de week op Slate.

Bron(nen):   Slate