Moskou: na de aanslag nu de rassenhaat

De vreemdeling die in Moskou woont en het voorkomen heeft van een bewoner van de Kaukasus, is slecht af. Lilya Paizulayeva (foto), 26 jaar oud en afkomstig uit Tsjetsjenië, ondervindt dit aan den lijve als ze door de Russische hoofdstad reist.
De recente metro-aanslag, beraamd door vrouwen die uit het bergachtige Zuiden afkomstig zijn, zorgt ervoor dat nagenoeg iedereen met een uitheems uiterlijk als verdachte te boek staat.
"Ik hoor steeds een soort van alarmbel in me klinken," zegt Lilya. "Ik kleed me als andere mensen, maar voel me een vreemdeling in m’n eigen stad."
In Moskou werden Tsjetsjenen en andere bewoners afkomstig uit de voormalige Sovjetrepublieken, altijd al als vreemdelingen beschouwd, zeker de bewoners van de Kaukasus. Meer dan 1.000 kilometer verderop wonen mensen die zich heel anders kleden, met andere gewoonten en een afwijkend geloof.  
Inmiddels gaat dat alleen maar verder. Er zijn al verschillende berichten over molestaties van mensen op grond van hun huidskleur en vermoedelijke afkomst. 
De regering van Medvedev doet zijn best om het etnische aspect van de bomaanslag te negeren. De mensen die op de Kaukasus wonen, behoren ook tot ons volk, zei de president recentelijk. Maar lagere functionarissen laten inmiddels doorschemeren dat extra veilgheidsmaatregelen voor bewoners van de zuidelijke regio eigenlijk heel passend zouden zijn. Zoals het verzamelen van vingerafdrukken en DNA. 
Ook komt The New York Times met het voorbeeld van een Tsjetsjeense vrouw die haar dochtertje niet op een Moskouse school krijgt ingeschreven. Motief: ze zijn bang dat het kind de school opblaast.

Bron(nen):   The New York Times