Waarom het ene dorp veel Joden redde en het andere niet

In Nederland kwamen relatief meer joden om dan in de meeste andere landen. Maar daarnaast overleefden in het ene dorp of de ene stad meer Joden dan in de andere stad. Wat is daarvan de verklaring? Kerken, zegt politicoloog Robert Braun in een proefschrift dat volgend jaar moet verschijnen. Braun promoveert aan de Cornell Universiteit in de staat New York. Trouw sprak de promovendus en hij heeft ontdekt dat de meeste joden zijn gered door mensen die lid waren van een kerk die in de betreffende stad of het dorp in de minderheid waren. Zo werden joden in het zuiden gered door protestanten en in protestantse gebieden door katholieken. De verklaring is dat de minderheidskerken hechte gemeenschappen opleverden. De spaarzame katholieken in een door protestanten gedomineerd gebied vormden een hechte gemeenschap. Als dat één lid van die gemeenschap er voor koos Joden op te vangen, dan kon hij rekenen op de hulp van zijn geloofsgenoten. Braun geeft en voorbeeld uit Nieuw-Vennip. Daar woonde Hannes Boomgaard, een orthodoxe protestant die dankzij kerkgenoten zo'n honderd Joden wist te redden. Lang niet alle gemeenteleden waren daar enthousiast over, schrijft Braun. Maar niemand kon het over zijn hart verkrijgen om Boomgaard te verlinken. Hij was toch één van hen. Braun rekent ook af met de mythe dat protestanten meer compassie hadden met het lot van Joden dat katholieken. Dat klopt volgens hem niet. In zijn proefschrift volgend jaar zullen meer details en onderbouwing voor zijn baanbrekende idee volgen.

Bron(nen):   Trouw