‘Ik ben de dood geworden, de vernietiger van werelden’

De ‘vader van de atoombom’, Robert Oppenheimer, citeerde na de bommen op Hiroshima en Nagasaki uit de Bhagavad Gita: ‘Ik ben de dood geworden, de vernietiger van werelden’ (zie filmpje).
Kernenergie hebben we te danken aan geniale geesten als Einstein, Hahn en Bohr. ‘Maar tegelijkertijd zijn we ermee in het gebied van de irrationaliteit beland’, schrijft columnist Bert Wagendorp in de Volkskrant.
We snappen allemaal dat je kolen kunt gebruiken om stroom op te wekken. Maar dat dat ook kan door atoomsplitsing gaat de meesten van ons te boven. Wagendorp: ‘De opwekking van energie door kernsplitsing, dat glorieuze bewijs van wat het menselijk vernuft vermag, draagt de angst voor het onbegrijpelijke in zich, de dreiging van het onzichtbare en de doem van het oncontroleerbare; met het woord straling als bindende vervloeking’
Wagendorp stelt dat kernenergie en vernietiging onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden sinds de Amerikaanse bommenwerper de ‘Enola Gay’ op 6 augustus 1945 boven Hiroshima verscheen. ‘Een kerncentrale is geen atoombom, maar kernenergie heeft zich nooit volledig van de notie van een nucleaire catastrofe kunnen bevrijden – en telkens wanneer dat wel leek te lukken, gebeurde er iets dat de doemscenario’s voedde, in Harrisburg, Tsjernobyl of Fukushima’.