Waarom we zoveel klagen (en dat eigenlijk heel gezond is)

We zeuren over de warmte of juist over de kou. We balen van de files of toch van het thuiswerken. En dat pakketje kwam ook al te laat of het was niet goed. We klagen wat af. Maar dat is eigenlijk helemaal niet zo erg.

“Klagen heeft een functie”, vertelt Filip Raes, klinisch psycholoog, hoogleraar aan de KU Leuven en gedragstherapeut aan Het Laatste Nieuws. “Mensen die klagen, ventileren ook. Ze spreken uit waar ze mee zitten. Dat lucht op. Daarnaast is klagen een ­manier om steun te zoeken bij anderen. Troost, misschien zelfs raad. En dat is compleet normaal. Als je klaagt over het weer en je krijgt bijval, dan creëert dat een gevoel van herkenning en samenhorigheid. Zo’n verbondenheidsgevoel is essentieel voor ons, sociale wezens. Het is wel belangrijk om niet te lang in die klaagzang te blijven hangen, want dan loop je het risico anderen mee te sleuren in een negatieve spiraal.”

Grotere kans op overleving
Onze neiging tot klagen is ook evolutionair gezien logisch. Filip Raes: “Ons brein is geprogrammeerd om dingen die niet goed zijn of verbetering nodig hebben, sneller op te merken. Dat gegeven heet met een chic woord: negativiteitsbias. Bijgevolg zal alles wat wél goed loopt en in orde is, gemakkelijker aan onze aandacht ontsnappen. We zijn niet gemaakt om 24/7 gelukkig te zijn, want de hang naar het negatieve zit in meer of mindere mate in ons allemaal.”

“Je vergroot je kansen op overleving, als je op je hoede bent”, zegt de expert. “Stel je voor dat er duizenden jaren geleden twee soorten mensen bestonden: flierefluiters die altijd lagen te chillen, en serieuzere mensen die alert waren, nadachten over problemen en dan ook sneller reageerden bij gevaar. Wie had het meeste kans om te overleven, denk je? Inderdaad, de serieuze soort.”

“Een beetje doemdenken, piekeren, klagen, het heeft allemaal dus zijn voordelen”, stelt de expert.

Bron(nen):   HLN