Veestapel krimpt maar is nog altijd groter dan in 2012

Nederlandse landbouwbedrijven houden dit jaar zo'n 2 procent minder dieren dan in 2021. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) telde in totaal zo'n 114 miljoen runderen, kippen, schapen, varkens en melkgeiten. In 2021 bestond de veestapel uit 116 miljoen dieren. Het aantal melkgeiten steeg licht naar bijna 489 duizend. De omvang van de varkensstapel nam met een kleine 2 procent af naar ruim 11 miljoen. Ook het aantal kippen daalde: het laatste jaar met ruim 2 procent naar 98 miljoen. De rundveestapel is met 3,8 miljoen runderen nagenoeg gelijk gebleven vergeleken met een jaar eerder. Hoewel de veestapel ten opzichte van 2021 is gekrompen, worden er nog altijd meer landbouwdieren gehouden dan tien jaar geleden. In 2012 telde het CBS er zo'n 113 miljoen. Volgens het statistiekbureau neemt ook de schaalvergroting in de landbouwsector nog altijd verder toe. De gemiddelde melkgeitenboerderij houdt dit jaar 735 dieren. In 2012 waren dit er nog 495. Hoewel het totaal aantal gehouden kippen al jarenlang gelijk blijft - het totaalcijfer schommelt rond de 100 miljoen - zijn er steeds minder kippenboerderijen in Nederland. Dit betekent dat minder bedrijven dus steeds meer kippen zijn gaan houden. Het inkrimpen van de veestapel wordt onder meer door coalitiepartij D66 genoemd als een van de manieren om de stikstofuitstoot terug te dringen. De afgelopen jaren zijn al meerdere maatregelen genomen om de groei van het aantal landbouwdieren een halt toe te roepen. Zo hebben meerdere provincies in verband met mogelijke gezondheidsrisico’s voor omwonenden een stop op de geitenhouderij ingesteld. De daling van het aantal varkens en varkensbedrijven is mede het gevolg van een stoppersregeling met als doel om ammoniakuitstoot te verminderen.