‘Je mag homo zijn, maar niet zoenen’

Tuurlijk, een homo mag mijn vriend zijn, maar ik wil hem niet zien zoenen met een andere man. Jongeren zijn zich de laatste jaren veel minder afwijzend en negatief gaan gedragen ten opzichte van homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgenders. Maar nog steeds is er geen sprake van volledige acceptatie. Homoseksuele jongeren zelf ervaren ook nog steeds meer problemen dan heterojongeren. Voor transgenders geldt dat zelfs nog sterker.

Dat blijkt uit de vrijdag gepubliceerde SCP-publicatie Seksuele Oriëntatie en Jongeren, gemaakt op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Voor het onderzoek werden jongeren (tussen 11 en 16 jaar) en jongvolwassenen (tussen 16 en 25 jaar) ondervraagd.

Uit een vorig onderzoek uit 2006 bleek dat 18 procent van de jongvolwassenen negatief dacht over homo- en biseksualiteit. Nu is dat gedaald tot 6 procent. Wel vindt nog steeds ongeveer een derde van de jongeren en jongvolwassenen het vies als ze twee mannen zien zoenen. Dit laatste percentage ligt met 12 procent beduidend lager als het om een man en een vrouw gaat.

Als homo’s of transgenders 'uit de kast komen’ reageert de omgeving bijna altijd positief. Toch hebben ze meer dan heterojongeren vervelende ervaring zoals pesten, vervelende vragen, stomme grappen of uitschelden. Die komen heel vaak van onbekenden. Vier op de tien homoseksuele jongeren zegt hiermee in het afgelopen jaar te maken hebben gehad.

COC, de belangenvereniging voor homoseksuelen, noemt de cijfers alarmerend en roept de regering, scholen en ouders op om in actie te komen. ,,Het is pijnlijk om te zien hoe slecht veel LHB-jongeren in hun vel zitten'', aldus voorzitter Tanja Ineke. LHB staat voor lesbisch, homoseksueel en biseksueel. ,,Ik baal er van dat hun situatie niet sneller verbetert.''