De twee grote problemen van het Nederlandse onderwijs

Het gaat niet goed met het Nederlandse onderwijs, concludeerde de commissie-Schnabel onlangs. Schnabel wil meer keuzevrijheid en meer aandacht voor persoonlijke vaardigheden (en dus minder voor kennisvergaring). Socioloog Herman Blom stelt in Trouw juist dat er twee hele andere problemen ten grondslag liggen aan het beroerde niveau van onze scholen. 1. De leraar Onze leraren zijn niet goed opgeleid. In de onderwijs-toplanden Finland en Duitsland staan academici voor de klas, van basisschool tot hoger beroepsonderwijs. In Nederland lopen veel leerkrachten rond die relatief laag opgeleid zijn, of niet geschoold in het juiste vak. Bovendien gaat de nadruk op didactiek in de lerarenopleidingen ten koste van de vakkennis. Onderwijskundigen en managers hebben in de scholen de macht gegrepen. 2. De leerling Het is slecht gesteld met de motivatie en prestatiegerichtheid van scholieren, schrijft Blom. Ze zijn gefocust op makkelijke vervolgopleidingen, vaak zonder goed arbeidsmarktperspectief. Het leren op basisschool en middelbare school moet vooral leuk zijn. Ambitie is overbodig. Het onderwijs is in de greep van het hedonisme. Voor moeilijke, voor de arbeidsmarkt relevante opleidingen in techniek en natuurwetenschappen blijven zo te weinig studenten over. De vrijheid van scholieren is dus eerder te groot dan te klein. Pamperen In Nederland wordt onderwijs gezien als een zorgarrangement. En de adviezen van de commissie-Schnabel zijn verdere stappen op deze heilloze weg. Met 'loopbaanbegeleiding', zelf-reflectie en veel groepswerk wordt de scholier naar zijn diploma begeleid. Dit pamperen gaat ten koste van eigen initiatief en eigen verantwoordelijkheid, besluit Blom.

Bron(nen):   Trouw (via Blendle)