Had Hitler tegen het eind van de oorlog last van afkickverschijnselen?

Er is al veel gespeculeerd over het drugsgebruik van de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog. Journalist en schrijver Norman Ohler schrijft in zijn nieuwe boek Blitzed niet alleen over de verslaving van de Duitse officieren, maar ook over de afkickverschijnselen van Hitler zelf.

In 1940 wilde het Duitse leger Frankrijk binnenvallen vanuit de Ardennen. Maar de soldaten hadden één probleem: vermoeidheid. Ze konden onmogelijk door de Ardennen trekken en vechten tegen de geallieerden zonder te rusten, maar zouden ze ‘s nachts gaan slapen dan waren ze veel te kwetsbaar.

Dus kwamen de legerofficieren met een oplossing in de vorm van pervetine. Deze nazi-versie van crystal meth moesten de soldaten een keer overdag en twee keer ‘s nachts innemen. En de strategie werkte. “Geen drugs, geen invasie,” aldus Ohler in The Guardian. “Het zorgde ervoor dat ze drie dagen en drie nachten wakker konden blijven. Al die tankcommandanten waren high en zonder de tanks hadden ze zeker niet gewonnen.”

Maar de soldaten waren niet de enige. Hitler kon naar mate de oorlog vorderde niet meer zonder zijn dagelijkse doses cocaïne en het opiaat oxycodon, meent de Duitse schrijver. Hij kwam echter langzaam zonder voorraad te zitten toen de geallieerden alle farmaceutische fabrieken bombardeerden.

“Iedereen beschrijft de slechte gezondheid van Hitler in die laatste dagen…maar daar is geen duidelijke verklaring voor. Er is gesuggereerd dat hij aan Parkinson leed. Maar voor mij is het duidelijk dat het deels door een gebrek aan drugs kwam,” stelt Ohler. “Ja, dat moet behoorlijk vervelend zijn geweest. Hij verloor de oorlog en moest afkicken.”

Bron(nen):   Slate