Waarom het zo belangrijk is om veel te reizen

Hij is tien tot twaalf weken per jaar van huis en gelooft heilig in de positieve effecten van reizen. ‘Geluksprofessor’ Ap Dijksterhuis schreef er het boek ‘Wie (niet) reist is gek’ over. “Koop ervaringen, geen spullen” is het advies van de hoogleraar psychologie.

Dijksterhuis: “De belangrijkste reden waarom reizen gelukkiger maakt, is dat je veel meer in het nu leeft. Je denkt veel minder na over het verleden en de toekomst dan thuis. ‘s Avonds denk je hoogstens eens over wat je de volgende dag gaat doen.” Bovendien ben je ook voor en na je reis een stuk gelukkiger. Dat noemt de hoogleraar ‘voor- en napret’.

Hij raadt het overigens met klem af om op het strand te gaan liggen. “Daar blijft de ruzie met je baas door je hoofd spoken. Er moet een soort poetsvrouw door je hoofd. Onderzoek leert ook dat wie weinig actieve vakanties onderneemt, bij terugkomst snel weer op het stressniveau van daarvoor zit.”

In het algemeen is het beter om geld uit te geven aan ervaringen in plaats van spullen. “Die maken gelukkiger, leert onderzoek. Bij spullen komt meer twijfel en spijt kijken: die tv die je bij nader inzien niet had moeten kopen of die schoenen die elders misschien goedkoper waren.”

Bovendien maakt reizen creatiever. “Het houdt je brein lenig. Het gaat psychologische verschimmeling tegen,” besluit de professor.

 

Bron(nen):   De Tijd