Er is één opvallende overeenkomst tussen de grootste leiders van Europa

De nieuwe Franse premier Emmanuel Macron, de Duitse bondskanselier Angela Merkel, de voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker en de Britse premier Theresa May hebben één interessante overeenkomst: ze hebben allemaal geen kinderen. Wat voor invloed heeft dat?

Er is in conservatief-christelijke kringen de laatste tijd veel over geschreven: een kwart van de Europese leiders heeft geen kinderen. Want naast bovengenoemde zijn onder meer onze eigen minister-president Mark Rutte en de Schotse premier Nicola Sturgeon kinderloos.

Waarschijnlijk is het niet geheel toevallig, in ieder geval voor de vrouwelijke leiders. Kinderen hebben veel invloed op een carrière. Daarbij geldt: vrouwen komen verder, mannen minder ver. Al zou dat laatste voornamelijk samenhangen met het hebben van een partner. “Mannen met een relatie zijn vaak stabieler, gaan gezonder leven en willen kostwinner zijn,” aldus Renske Keizer, universitair hoofddocent familiesociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en bijzonder hoogleraar vaderschap aan de Universiteit van Amsterdam in de Volkskrant.

Ze vervolgt: “Kinderloze vrouwen zijn vaak succesvoller in hun beroep dan moeders, terwijl kinderloze mannen het economisch juist minder goed doen dan vaders. Vrouwen worden gestraft voor het krijgen van kinderen, mannen juist beloond.” Niet alleen het salaris van vrouwen lijdt onder het krijgen van kinderen, zegt socioloog Sean de Hoon in dezelfde krant. “Uit ander onderzoek blijkt dat ook de arbeidsmarktpositie van vrouwen – het prestige van hun functie dus – afneemt. Vaders hebben het gevoel dat zij het gezin moeten onderhouden en gaan daardoor juist harder werken. Terwijl vrouwen gemiddeld juist minder gaan werken, zeker in Nederland.”

De Hoon noemt nog het korte vaderschapsverlof in ons land. “Op dit vlak bungelt Nederland heel erg onder aan de ladder. We leggen de ‘lasten’ van kinderen opvoeden bij vrouwen neer, terwijl we allemáál profiteren als kinderen uitgroeien tot burgers die bijdragen aan de samenleving.”

Bron(nen):   De Volkskrant