Hoe één mango de zorg in België voorgoed veranderde

In België is er bijna niemand, die het tv-fragment van de doodzieke vrouw die om een mango vroeg, niet heeft gezien. Het bracht een revolutie in de zorg op gang, die zelfs de landsgrenzen over ging.

Viviane Coolen ligt ernstig verzwakt in een ziekenhuisbed. Haar onderbenen en vijf vingertoppen zijn geamputeerd. Met slangetjes in haar neus en armen is ze verbonden aan allerlei machines. Zachtjes zegt ze tegen de journalist dat ze ‘de dokter het liefst om een spuitje had gevraagd.’ De geschrokken verslaggever vraagt of er niet toch iets is waar ze haar een plezier mee kan doen. “Een mango,” antwoordt de vrouw. De volgende dag komt de journalist terug met een mango en na de eerste hap beginnen de ogen van de vrouw te stralen. Zo ontstond de term ‘mango-momentje': een klein, onverwacht gebaar dat weinig tijd en geld kost.

Naar aanleiding van het fragment startte Kris Vanhaecht, hoogleraar patiëntveiligheid en kwaliteit aan de KU Leuven, een onderzoek naar de impact van dit soort kleine ‘mango-momentjes’. Zijn conclusie? Niet alleen de patiënt, ook de zorgverlener wordt er blij van. “De zorgverlener voelt weer even: dit is precies waarom ik voor dit vak heb gekozen. Nu sneeuwt de persoonlijke aandacht voor de patiënt geregeld onder, omdat zijn tijd wordt opgeslokt door regelgeving en steeds complexer wordende zorg.”

Voorbeelden van mango-momentjes zijn een glas glühwein, omdat een patiënt dat altijd dronk als de eerste sneeuw viel, een foto van een bos bloemen die niet in de isolatieruimte mocht of het wassen van het haar van een borstkankerpatiënte. Het zijn gebaren die veel betekenen voor de patiënt en een kleine moeite zijn. Of mensen ook sneller beter worden door dit soort momenten durft Vanhaecht niet te zeggen. “Maar uit de verhalen van patiënten die we verzameld hebben, blijkt wel dat ze hun zorgverlener nadien meer vertrouwen.”

Bron(nen):   AD