Waarom iedereen zich ergert aan Amsterdam: “Het is een quasi-hoofdstad”

Het is er vies, druk, parkeren is onmogelijk, er is geen natuur en je betaalt er een godsvermogen voor een veel te klein huis. En toch: Amsterdammers denken dat ze in het paradijs wonen. Dat ergert de provincie. Die rationeel best weet dat er tegenwoordig niets meer is waarvoor je naar de hoofdstad moet, maar die zich stiekem toch minderwaardig voelt.

Dat gevoel heeft een historische grondslag. Het dateert uit een tijd zonder internet, zonder vliegtuigen, zonder auto’s zelfs. De afstand tussen Amsterdam en de rest van het land was letterlijk en figuurlijk veel groter dan nu. En Amsterdam was een paar eeuwen geleden het centrum van de wereld. Het was rijk en werd alleen maar rijker. Toen al werd gezegd dat de Amsterdammers te veel praatjes hadden, maar een gebrekkig arbeidsethos.

Uit die periode stamt het beeld van een hoofdstad die het geld uitgeeft dat in de rest van het land wordt verdiend. Dat is nu natuurlijk niet meer zo, maar het imago van arrogante grootstedeling poets je niet zomaar weg. Recent zijn er de klachten over de Noord-Zuidlijn. Er wordt wel 3,2 miljard euro uitgegeven aan tien kilometer rails, maar de Groningers compenseren voor hun door de gaswinning in elkaar gezakte huizen is te veel gevraagd, zo klinkt het nors.

“Het is een patroon,” zegt Zef Hemel, hoogleraar grootstedelijke vraagstukken, in Het Parool. “Je ziet het ook bij New York, Londen, Parijs. Daar komt alles samen. De hoofdstad trekt alles naar zich toe en zorgt goed voor zichzelf. De rest voelt zich minderwaardig. Het is ook afzetten tegen de macht. De kwalificatie is doorgaans arrogant.”

Hemel zegt dat de media de belangrijkste oorzaak zijn. “De media bepalen het beeld: hier is waar het gebeurt. Als je dat elke dag weer leest en op televisie ziet, roept dat een gevoel op bij mensen die elders wonen: doe ik er niet toe? Het is een rare mix. Aan de ene kant: jammer dat ik daar niet bij ben. En dus ook afgunst: ik hoor daar niet bij.”

“In grote steden leeft het gevoel dat ze de rest niet nodig hebben. Je bent het centrum, je bepaalt de smaak. In die zin hebben ze in de provincie gelijk,” gaat Hemel verder. Maar zijn ze in de rest van het land dan niet trots op Amsterdam? “Daarin is Nederland een uitzondering. De stad is relatief klein, de regering zit in Den Haag en de koning woont hier niet eens, dus de status van Amsterdam is, anders dan die van Londen en Parijs, aanvechtbaar. Amsterdam is een quasi-hoofdstad.”

Bron(nen):   Het Parool