Hoog percentage ‘scanning’ maakt goalmachine Haaland nóg beter

De Noor Erling Haaland (22) is beresterk, 1,94 meter lang, technisch begaafd en razendsnel. Hij lijkt altijd op de goede plek te staan en spelsituaties beter in te schatten dan de spelers om hem heen. Hoe doet hij dat? Haaland is enorm goed in 'scannen'.

De Manchester City-spits scoort aan de lopende band. Hij heeft dit seizoen voor zijn club al twintig goals gescoord in dertien wedstrijden en ook in het Noorse nationale elftal scoort hij gemiddeld meer dan één keer per wedstrijd. In de Champions League heeft hij op z'n 22ste al bijna evenveel gescoord als Roy Makaay of Patrick Kluivert in hun hele carrière.

"Voetbal is een spel van informatie verzamelen. Haaland is daarin een machine", legt de Noorse sportwetenschapper Geir Jordet, gespecialiseerd in 'scanning', uit aan de NOS. "Scanning is het door een voetballer van de bal wegkijken, voorafgaand aan het moment dat een speler de bal ontvangt."

Eye-tracking
Jordet heeft duizenden uren aan beeldmateriaal onderzocht, bewijs gevonden voor zijn theorie en een onderzoeksmethode inclusief 'eye-tracking' bedacht. Vooral middenvelders scannen zich suf tijdens een wedstrijd. "Kijkt een speler weg van de bal, dan is dat één scan. Kijkt-ie opnieuw weg, dan is dat twee. Als een speler vijf keer scant in de tien seconden voordat hij de bal ontvangt, dan heeft hij een scanfrequentie van 0,5", legt hij uit.

Haaland heeft een extreem bewustzijn van wat om hem heen gebeurt in het veld. Hij staat dan ook bijna nooit buitenspel. "Het is intuïtie, zijn perceptie van ruimte, om actief te zoeken naar waar zijn teamgenoten en tegenstanders staan en dan de bal te ontvangen. Als de bal naar hem toe komt, kijkt Haaland nogmaals weg om te zien waar en vanuit welke hoek de verdedigers hem onder druk komen zetten", zegt de sportwetenschapper.