Zo stierven de dinosaurussen uit: “Ze werden gefrituurd en daarna bevroren”

Over het algemeen wordt aangenomen dat een meteorietaanslag in Mexico 66 miljoen jaar geleden de belangrijkste oorzaak was voor het uitsterven van de dinosaurussen. Onderzoekers werpen nu nieuw licht op hoe dat precies is gebeurd.

De studie die in vakblad Proceedings of the National Academy of Sciences verscheen, wijst wereldwijde afkoeling als oorzaak aan. De 10 kilometer brede Chicxulub-meteoriet sloeg een gat in de aarde van 190 kilometer breed en 30 kilometer diep. De immense inslag zorgden voor tsunami’s van honderden meters hoog, die het hele vasteland van Amerika overspoelden. Tot 1.500 kilometer in de omgeving braken allesverwoestende branden uit en er kwam voor miljarden tonnen aan zwavel vrij. Die gassen blokkeerden de zon en koelden zo de aarde af.

De regionale inferno gevolgd door de jarenlange afkoeling heeft uiteindelijk de dinosaurussen de das omgedaan. “Ze werden gefrituurd en daarna bevroren”, zegt onderzoeksleider Sean Gulick in een persbericht. “Niet alle dinosauriërs stierven op de dag van de inslag, maar veel wel.”

De aanwezigheid van houtskool in de wijde omtrek van de meteorietinslag is volgens de wetenschappers het bewijs dat er enorme branden hebben gewoed tot op honderden kilometers afstand. De onderzoekers vergelijken de kracht van de meteoriet met die van 10 miljard atoombommen, zoals die in de Tweede Wereldoorlog zijn gebruikt. De inslag vernietigde 75 procent van alle leven op aarde.

De gevolgen van de inslag van de Chicxulub-meteoriet waren vrijwel zeker veel ingrijpender en veel langduriger dan gedacht, stelt Gulick. “De aarde zag er vanuit de ruimte waarschijnlijk niet uit als de bekende blauwe bol en het heeft misschien wel twintig jaar geduurd voordat het weer helder werd.”