Gek volgens het boekje

Er is een dik boek en daarin staat wie er gek is en wie niet. Dat boek heet de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, kortweg DSM. En omdat psychiaters steeds weer bij leren zijn er al verschillende versies geweest van DSM. Het huidige handboek heet DSM IV(R).
DSM IV(R) wordt wereldwijd geaccepteerd als de leidraad voor diagnoses. Wie volgens DSM IV(R) ziek is, krijgt van de verzekering behandeling; wie volgens DSM IV(R) niet ziek is, stelt zich aan. En DSM is geen kinderspel: voor schizofrenie, bijvoorbeeld, staan al 191 symptomen beschreven, die je afzonderlijk of in combinatie moet hebben om in de prijzen te vallen. Sofar, so good.

Maar nu wordt gewerkt aan DSM-5. En dat gaat niet goed. De keurige wereld van de psychiatrie, met name die in de VS, is verandert in een kluwen vechtende medici, die het niet eens kunnen worden over nieuwe definities. De ene partij beschuldigt de andere van winstbejag, en de andere de ene van amateurisme.

En intussen is de inzet hoog. Want niet alleen verzekeraars nemen DSM serieus, ook de (Amerikaanse) rechtbanken. Iemand die een misdaad pleegde als gevolg van een ziekte die in DSM staat kan in veel staten levenslang worden opgeborgen. Maar een malloot die iemand verkracht zonder beschreven ziekte kan na een paar jaar weer vrij zijn.

De hele strijd rond DSM-5 is dus niet alleen vermakelijk, maar ook belangrijk. Maar voorlopig zit het er niet in dat de dokters het hoofd weer koel gaan houden en netjes afspreken wie voortaan gek is volgens het boekje.

 

Bron(nen):   New Scientist