Wat er niet klopt aan de evolutietheorie

Voor erkenning van de evolutietheorie is zo hard gestreden – tegen gevestigde belangen in, zelfs tegen god – dat twijfel eigenlijk verboden is.
Toch zitten er barsten in de theorie. Grote barsten. The Guardian heeft in zijn Science-afdeling een interessant verhaal over die barsten, waar we, vanwege de lengte, twee voorbeelden uithalen. Twee voorbeelden die uit Zweden komen, maar dat is toeval.
Het eerste gaat over een experiment dat drie jaar geleden werd gedaan door de universiteit van Linköping. Onderzoekers bouwden daar een kippenhok dat zo was ingericht dat kippen er stapelgek van werden. Onder andere zat er een lichtschakelaar op die op willekeurige momenten dag en nacht nabootste, zodat de kippen geen idee hadden hoe hun slaapritme moest worden ingericht. Na een tijdje werden de kippen dommer dan andere kippen. Ze waren met name veel slechter in staat om verborgen voedsel te vinden.
Daarna werden de kippen in een hok gestopt waar het wel goed toeven was, voor een kip. Ze kregen daar ook kuikens. En nu komt de verrassing: die kuikens bleken ook heel slecht in staat verborgen voedsel te vinden.  Hadden zelf de slechte ervaring niet meegemaakt en hadden er toch last van.
Tweede voorbeeld. In de provincie Norbotten zijn de oogsten onvoorspelbaar. Soms zijn ze overvloedig, maar vaker heel mager. Kinderen groeiden dus op in een onregelmatig ritme, van overvloed en tekort. Dat ging ten koste van hun levensverwachting. Dat is logisch, maar onlogisch is dat de kleinkinderen van die hongerlijders ook 32 jaar korter leven dan gemiddelde Zweden, ook als ze zelf hun hele leven eten genoeg hadden.
De twee voorbeelden laten zich slecht verenigen met de theorie van de natuurlijke selectie en de survival of de fittest.
Lees dat stuk. Van dit onderwerp gaan we meer horen.

Bron(nen):   The Guardian