Atheïsten en gelovigen hebben even groot moreel kompas

Doorgaans denken mensen dat het atheïsten aan een moreel kompas ontbreekt, omdat ze geen god hebben om hen de weg te wijzen. Dat blijkt niet zo te zijn.

In een groot internationaal onderzoek gaf vorig jaar 45 procent van de respondenten aan dat geloof in een god nodig is om te beschikken over de juiste normen en waarden. Maar een nieuwe studie bewijst dat van dit vooroordeel niets klopt.

Psycholoog Thomas Ståhl vergeleek de overwegend gelovige Amerikanen met de voornamelijk niet-gelovige Zweden. In totaal ging het om meer dan 4000 respondenten. Beide groepen hechten evenveel belang aan morele waarden die het individu beschermen, zoals eerlijkheid, vrijheid en bescherming tegen onderdrukking. De meeste mensen waren het eens met de stelling: "De samenleving functioneert het best als individuen verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leven zonder hen te vertellen wat ze moeten doen."

Opvallend genoeg vinden zowel religieuze mensen als atheïsten rationeel denken een belangrijke waarde, al waren atheïsten vaker sceptische, analytische denkers. Gelovigen waardeerden loyaliteit, respect voor autoriteiten en zuiverheid van hun daden meer. Ook waren ze angstiger en zagen ze de wereld vaker als een gevaarlijke plaats. Wellicht reden waarom ze morele waarden die de groep beschermen meer waarderen.

"In zowel de VS als Zweden hebben mensen die niet in God geloven gelijke morele waarden als gelovigen als het gaat om het voorkomen van zaken die schade toebrengen aan het individu en als het gaat om eerlijkheid," aldus Ståhl nog.

Bron(nen):   Science Alert