Tuinieren op doktersrecept

Dat tuinieren ontspannend kan zijn en dat een groene omgeving een gunstige invloed heeft op ons welzijn is al langer bekend. In 1982 werd al ontdekt dat patiënten na een operatie sneller herstellen en minder pijnstillende medicatie nodig hebben als zij vanuit hun raam een natuurlijk landschap zagen.

In 1986 toonde onderzoek aan dat planten fysiologische tekenen van stress verlichten. In de USA, Groot-Brittannië, Canada en Japan wordt tuinieren en het gebruik van planten om het lichamelijk en psychisch welbevinden te verbeteren als een wetenschappelijk onderbouwde behandeling beschouwd. 

De zogenaamde ’hortitherapie’ of ‘hortocultural therapy’ wordt toegepast bij kinderen en jongeren met autisme, ADHD of anorexia nervosa, maar ook bij mensen met de ziekte van Alzheimer, angsten en depressies. Tuinieren zou zelfs agressief gedrag doen afnemen. De Britse minister van onderwijs wil dat in 2020 alle scholen over voldoende groene ruimtes beschikken om jongeren te leren tuinieren. 

In Frankrijk zijn deze inzichten nog niet zo wijd verbreid, maar de interesse groeit gestaag. Zo organiseerde de Société Nationale d’Horticulture Française in april van dit jaar een themadag, getiteld ‘Jardins, environnement et santé’. In Nederland kennen we de ‘creatieve tuintherapie’, die toegepast wordt in de psychiatrie, de verslavingszorg, bij mentaal gehandicapten, maar hortitherapie biedt waarschijnlijk veel meer mogelijkheden. 

Het lijkt wel alsof onze biologische klok in een groene omgeving wordt ‘ge-reset’ en we teruggaan naar een natuurlijker bioritme dat vergelijkbaar is met meditatie. Tuinieren komt vaak dicht in de buurt van ‘mindfulness’, een populaire vorm van therapie waarbij de aandacht gericht wordt op het hier en nu.

Bron(nen):   Le Figaro