Waarom hebben we een voorkeur voor bepaalde kleuren?

Hou je van bruin tomatensap? Als je de keus zou hebben, zou je waarschijnlijk rood sap kiezen, ook al is de rode kleur kunstmatig toegevoegd. Kunstmatige kleurstoffen zijn chemische stoffen, die geen voedingswaarde hebben. Waarom voegen we ze dan toe aan ons voedsel? Alleen maar om het er aantrekkelijker uit te laten zien. We zien onszelf graag als rationele wezens, maar in feite worden we geregeerd door onbewuste krachten, zoals die van kleuren.

Voorkeuren voor kleuren zijn diep gewortelde emotionele reacties, die van invloed zijn op alle keuzes die we maken, van het voedsel dat we eten en de kleren die we dragen tot de auto’s die we kopen. Sommige mensen betalen honderden euro’s meer om een auto in een andere kleur te krijgen, of nog erger: ze kiezen een occasion die niet overeenkomt met hun wensen, maar wel de juiste kleur heeft.

Psychologen van de University of California Berkeley onderzochtten of de voorkeur voor bepaalde kleuren evolutionair bepaald is of dat ze aangeleerd wordt. Volgens de evolutietheorie is de menselijke voorkeur voor kleuren adaptief als mensen meer kans hebben om te overleven en succesvol te zijn als ze zich aangetrokken voelen tot objecten met kleuren die ‘er goed uitzien’ en objecten vermijden met kleuren die ‘er slecht uitzien’. Positieve ervaringen met bepaalde kleuren versterken die voorkeur. Kleuren als groen en blauw worden bv. geassocieerd met de natuur, de lucht, het water en worden door veel mensen als aangenaam ervaren. Bruin is minder populair. Daarbij denkt men eerder aan roest (verval) en poep.

Om deze theorie te testen, lieten ze 48 mensen 32 kleuren beoordelen. Men gaf de voorkeur aan felle verzadigde kleuren boven gedempte of pastelkleuren, maar niet alle kleuren waren even populair. Bruin en olijfgroen vond men minder mooi dan oranje of geel. Helder rood, blauw en groen werden het mooist gevonden. Toch is het niet de kleur bruin die ons afstoot bij het drinken van bruin tomatensap. Bruin gekleurde chocolademelk roept bv. geen aversie op. Het probleem met dit onderzoek was dat de kleuren niet geassocieerd waren met objecten.

Daarom toonden de onderzoekers elke kleurstaal tegen een grijze achtergrond aan 74 proefpersonen en vroegen hen om zoveel mogelijk dingen met deze kleur op te schrijven. Dit leverde een lijst met 222 objecten op, die aan 98 andere proefpersonen werden getoond in zwarte tekst op een witte achtergrond. Hen werd gevraagd om te beoordelen hoe aantrekkelijk ieder ding was, zonder dat een kleur werd genoemd. Toen hadden de onderzoekers dus een ranglijst van hoe aantrekkelijk 222 dingen gevonden werden door de ene groep en een ranglijst van hoe aantrekkelijk kleuren gevonden werden die geassocieerd werden met deze dingen in een andere groep.

Vervolgens toonden ze de beschrijvingen van de objecten samen met een kleur die eraan was gegeven aan 31 nieuwe proefpersonen en vroegen hen om de kracht van de match tussen de kleur en het object te beoordelen. De voorkeuren op basis van associaties van kleuren met dingen die deze kleur hadden, paste perfect bij de voorkeuren op basis van het kijken naar kleurstalen zonder dat er een object mee verbonden is. De conclusie is dat de voorkeur voor kleuren voortvloeit uit onze voorkeur voor dingen die deze kleur hebben.

Maar is die voorkeur aangeboren of aangeleerd? Waarschijnlijk beide. Onze kleurvoorkeur wordt beïnvloed door eerdere ervaringen, maar ook door  feedback uit onze omgeving, mode, etc. Er is zelfs een culturele invloed, want de kleurvoorkeur blijkt bv. in Japan anders te zijn dan in Amerika.

Bron(nen):   Psychology Today