Ooit woedden er bosbranden op Antarctica

Het was niet altijd zo koud op Antarctica. Zo'n 75 miljoen jaar geleden, toen de dinosaurussen nog de aarde bevolkten, woedden er grote bosbranden op de zuidpool.

Het Krijt-tijdperk, 100 tot 66 miljoen jaar geleden, was een van de warmste periodes op aarde. James Ross-eiland op Antarctica stond toen vol naaldbomen, varens en bloeiende planten. Ook leefden er dinosaurussen. Maar het was niet één groot paradijs. Grote bosbranden vernietigden delen van de bossen. Er bleef niets over behalve houtskool. De resten daarvan hebben wetenschappers nu ontdekt en bestudeerd.

"De vondst vergroot de kennis over bosbranden in het Krijt en toont aan dat die branden meer voorkwamen dan gedacht," zegt onderzoeksleider Flaviana Jorge de Lima, een paleobioloog van de Braziliaanse Federal University of Pernambuco in Recife.

Een internationaal team van wetenschappers analyseerde fossielen die zijn verzameld tijdens een expeditie in 2015 en 2016 in het noordoostelijk deel van James Ross-eiland. De fossielen bevatten fragmenten van verbrande planten, die zich gedurende tientallen miljoenen jaren over het eiland hadden verspreid.

Het ging om hele kleine, flinterdunne deeltjes, waarvan de grootste nog geen 4 centimeter waren, maar analyse onder een microscoop onthulde de identiteit van de verbrande resten: het zijn waarschijnlijk fossielen van verkoolde gymnospermen. Dat zijn naaktzadige planten, waar onder meer de palmvaren onder valt.