Jongens met autisme hebben meer hersencellen

Uit onderzoek van de universiteit van California blijkt dat jongens met autisme buitensporig veel neuronen hebben in de prefrontale cortex, een hersengebied dat te maken heeft met communicatie, taal, sociale, affectieve en cognitieve functies. De autistische jongens bleken maar liefst 67% meer corticale cellen te hebben, die al voor de geboorte aangemaakt worden. De onderzoekers denken daarom dat er al in de prenatale fase, waarschijnlijk tussen de 10e en 20e week van de zwangerschap, iets mis is gegaan.

In dit onderzoek werd post-mortem weefsel van de prefrontale cortex van 7 autistische jongens in de leeftijd van 2 tot 16 jaar onderzocht en van 6 zich normaal ontwikkelende jongens. Eerder werd al door middel van hersenscans vastgesteld dat er bij jonge kinderen met autisme sprake was van een overmatige groei en het niet goed functioneren van de prefrontale cortex en andere hersengebieden. Maar onderzoekers hadden toen nog geen idee wat de oorzaak daarvan was. Men dacht aan een overmaat aan hersencellen, maar dat was nog niet bewezen.

Deze resultaten zijn ook in overeenstemming met de eerdere bevinding dat autisme samengaat met een kleine hoofdomtrek bij de geboorte, gevolgd door een plotselinge en overmatige toename van de hoofdomtrek tijdens het eerste levensjaar. Normaal gesproken wordt tijdens het derde trimester van de zwangerschap en na de geboorte ongeveer de helft van die corticale neuronen verwijderd. Kennelijk gebeurt dat niet bij kinderen met autisme. 

Bron(nen):   PsychCentral