Agressieve kinderen zijn bange kinderen

Agressieve kinderen zijn geen rotkinderen, ze zijn bang. En die angst moet je behandelen. Dat zegt hoogleraar ontwikkelingspsychopathologie Isabel Granic van de RU Nijmegen.

Geschat wordt dat de helft van de vragen in de jeugdzorg gaat over agressiviteit. Onbehandeld blijft het agressieve gedrag voortduren en leidt het bij kinderen tot latere criminaliteit, overlast en slechte carrièreperspectieven. Tot nu toe overheerste de opvatting dat deze ettertjes voortkomen uit agressieve, disfunctionele gezinnen. In zo’n gezin zouden kinderen niet leren om hun emoties te beheersen. 'Maar dit idee klopt niet,’ zegt Granic. ‘Ik heb gekeken naar woede en ruzie in honderden gezinnen met en zonder agressieve kinderen. In gezinnen waarin de kinderen geen agressief gedrag vertonen is net zo goed ruzie. Maar in deze gezinnen worden ruzies bijgelegd. En dat maakt het grote verschil. Dat ouders conflicten met hun kinderen repareren, maakt dat de kinderen zich veilig en zeker voelen. Ze leren ook dat het veilig is om ruzie te maken: het komt weer goed.’

En het goede nieuws is: je kunt het leren, ouders hebben een tweede kans, zegt Granic – die zelf zegt als moeder opvliegend en vergevend te zijn. ‘En het helpt ouders ook om op een nieuwe manier over hun kind te denken. Het is geen rotkind, het is bang, het heeft je steun nodig, niet je afkeuring.’

Sommige collega's vinden haar ideeën te soft, maar ze worden gesteund door neuropsychologische onderzoeken. Granic vergeleek de activiteit van hersengebieden voor en na een therapie voor behandeling van agressie – met EEG-metingen. Het diep in het brein gelegen vecht- of vluchtsysteem is minder actief geworden bij kinderen voor wie de therapie heeft gewerkt. Van een sterkere beheersing van hun emotionele uitbarstingen is echter geen spoor te vinden. ‘De kinderen zijn minder agressief, omdat ze minder bang zijn geworden.’

Bron(nen):   Radboud Universiteit