Natuurwandeling voorkomt depressie

Een wandeling door de natuur heeft een positieve werking op ons brein en zorgt ervoor dat de kans op een depressie wordt verkleind. Dit blijkt uit een studie van de Stanford Woods Institute for the Environment, die onlangs werd gepubliceerd in ‘Proceedings of the National Academy of Science’. De deelnemers aan het onderzoek werden door de wetenschappers opgedeeld in twee verschillende groepen. De eerste groep wandelde 90 minuten lang door de natuur, terwijl de tweede groep 90 minuten langs een drukke vierbaansweg moest lopen. Na de wandeling moesten de proefpersonen een aantal vragenlijsten invullen, kregen ze een hersenscan en werd hun hartslag gemeten. Fysiek was er weinig waar te nemen bij de proefpersonen en bestond er geen significant verschil tussen de groep die door de natuur liep en de groep die langs de vierbaansweg moest lopen. Uit de hersenscan bleek echter dat er in de hersenen wel een hoop speelt, in het bijzonder in het deel van het brein dat de ‘subgenuale prefrontale cortex’ wordt genoemd. Op het moment dat we ons richten op negatieve emoties, wordt dit deel van het brein actief. Uit het onderzoek bleek dat dit deel van het brein minder actief werd bij de mensen die door de natuur liepen. Volgens onderzoeker Gregory Bratman is dit een geweldige ontdekking, omdat het “demonstreert hoe de natuur van invloed kan zijn op de regulatie van onze emoties en zo wellicht kan helpen om te verklaren hoe de natuur ervoor zorgt dat we ons beter gaan voelen”. Op dit moment leeft ongeveer de helft van de wereldbevolking in stedelijke gebieden, binnen enkele tientallen jaren zal dit percentage verder oplopen naar circa zeventig procent. Dit onderzoek bevestigt het belang van toegankelijke natuurgebieden voor onze mentale gezondheid en suggereert dat er een causaal verband bestaat tussen de toenemende verstedelijking en de toename in mentale ziekten.

Bron(nen):   Scientias