Twijfels over ‘kleine ijstijd rond 2030’

Vorig week werd bekend gemaakt dat wetenschappers van de universiteit van Northumbria op basis van de analyse van zonnecycli rond 2030 een kleine ijstijd verwachten. Dit omdat er net als 300 jaar geleden (tijdens de laatste kleine ijstijd in de periode van 1645 tot 1715) in 2030 buitengewoon weinig zonnevlekken zullen voorkomen en er minder zonneactiviteit zal zijn. Hun voorspelling zou voor 97% accuraat zijn. Maar andere wetenschappers blijken sceptisch over de voorspelling.

Jim Wild van de Lancaster universiteit: ‘De wetenschappers beweren dat ritmische variaties in de zonneactiviteit voorspellen dat er een rustige periode aankomt, maar dit zal een minimale invloed hebben op het klimaat op aarde. Zo varieert de totale hoeveelheid zonnestraling tijdens een cyclus slechts 0,1%. Daarnaast begon de Kleine IJstijd al voor het Maunderminimum (een periode met weinig zonnevlekken, red.). En hoewel Europa te maken kreeg met koude winters, was de Kleine IJstijd geen globaal fenomeen.’ Gemiddeld was het in Europa 1 tot 2 graden kouder dan normaal en waren de winters streng.

Andere wetenschappers stellen dat het onderzoek niet door collega’s gescreend is en dat er maar 30 jaar aan data is gebruikt om de voorspelling te doen. Ook denkt men dat als er werkelijk sprake is van verkoeling, dat dit effect dan teniet wordt gedaan door de hoge uitstoot van broeikasgassen.

 

Bron(nen):   Scientias