Genetisch gemodificeerde aapjes vertonen tekenen van autisme

De aapjes lopen constant in cirkels door de kooi, ze negeren hun soortgenoten en grommen angstig als je naar ze kijkt. Ze zijn genetisch gemodificeerd, zodat ze nu drager zijn van een gen dat bij mensen in verband wordt gebracht met autisme. Dit is het meest realistische diermodel van autisme dat je maar kunt bedenken, zeggen de Chinese wetenschappers die de proeven uitvoeren. Maar de hamvraag blijft in hoeverre het gedrag dat deze apen vertonen hetzelfde is als menselijk autisme. En nog een stap verder is of de ingrepen die de apen van hun ‘autisme’ af helpen ook toepasbaar zullen zijn bij de mens.

Een ander punt is dat er veel verschillende vormen van autisme bestaan. Daarom spreken we nu ook over autisme spectrum stoornissen. Er bestaat ook niet zoiets als hét autisme gen. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat minstens 100 genen een rol spelen bij autisme. Kortom, van veranderingen in één gen kun je niet verwachten dat het zal leiden tot autisme in alle facetten die het bij de mens kent.

In het Chinese onderzoek is gekeken naar het gen MECP2. Mensen die drager zijn van extra kopieën van dit gen (MECP2 duplicatie-syndroom) en mensen met bepaalde mutaties in dit gen (syndroom van Rett’s) vertonen veel kenmerken van autisme.

Het onderzoek begon al in 2010. De wetenschappers verbonden menselijke MECP2 genen aan een onschuldig virus, dat ze injecteerden in de eicellen van de Java-aapjes (Macaca fascicularis). De eicellen werden vervolgens bevrucht en de embryo’s werden teruggeplaatst in de baarmoeder van de apen. Dit resulteerde in 8 genetisch gemodificeerde nakomelingen die elk drager waren van 1 tot 7 extra kopieën van MECP2.

De volgende doorbraak kwam ongeveer een jaar later, toen de apen ‘autistisch’ gedrag gingen vertonen. Het onderzoeksteam bestookte ze meteen met een batterij gedragstesten, waaruit bleek dat alle apen tenminste 1 ‘autisme-achtig’ symptoom hadden. Hun bevindingen werden echter niet met gejuich onthaald, want zij konden niet bewijzen dat het ongewoon gedrag het gevolg was van dit specifieke gen en niet van het gehannes met het genoom in het algemeen.

Daarop werd in sneltempo een volgende generatie apen geproduceerd. Ook nu vertoonden de nakomelingen na ongeveer een jaar afwijkend gedrag. Dat zowel het gen als de symptomen werden doorgegeven aan een tweede generatie was genoeg om kritische collega’s te overtuigen. Toch blijven er twijfels, omdat apen met een MECP2 duplicatie ook een aantal cruciale symptomen van het menselijk MECP2 duplicatie syndroom missen.

De onderzoekers gaan nu door middel van hersenscans precies bepalen waar in de hersenen de MECP2 overexpressie voor problemen zorgt. Daarna willen ze de CRISPR gen-editing techniek toepassen om de extra MECP2 exemplaren in die hersengebieden uit te schakelen en nagaan of de ‘autistische’ symptomen dan verdwijnen.

Een dergelijke techniek zal niet zo snel bij mensen toegepast worden, maar als het onderzoek laat zien welke hersengebieden betrokken zijn bij het gedrag kunnen andere behandelingen zich hier op richten, zoals diepe hersenstimulatie.

Bron(nen):   Nature