Werden je ouders heel oud, dan is de kans groter dat jij dat ook
wordt. Tweelingonderzoek met een Leidse onderzoeker schat dat genen
ongeveer de helft van de verschillen in levensduur verklaren, twee keer
zoveel als lang werd aangenomen.
Het
onderzoek van het Weizmann Instituut in Israël verscheen eind
januari in het wetenschappelijke tijdschrift Science. BBC
Science Focus zette de uitkomst deze zomer op een rij.
Genen verklaren de
helft van de verschillen
Jarenlang gingen onderzoekers uit van 20 tot 25 procent. Dat getal
kwam onder meer uit Deens onderzoek uit 1996 naar 2872 tweelingparen die
tussen 1870 en 1900 werden geboren. Een grote studie op basis van
stambomen kwam in 2018 zelfs onder de 10 procent uit.
Het team rond Ben Shenhar en Uri Alon komt op ongeveer 50 procent. In
de berekening met tweelingdata loopt de schatting op tot 55 procent. De
onderzoekers gebruikten Deense en Zweedse tweelingen, Zweedse tweelingen
die apart opgroeiden en broers en zussen van Amerikaanse
honderdjarigen.
“Maar minstens 50 procent is toe te schrijven aan omgevingsfactoren.”
Een van de medeauteurs is Joris Deelen, epidemioloog bij het LUMC.
WEL schreef vorig jaar nog over
wat
belangrijker is: genen of leefstijl, toen met de oude verhouding van
een kwart tegen driekwart. Volgens Deelen ligt het “realistischer” dicht
bij 50 procent dan bij 25 procent, zegt hij tegen New Scientist.
Ongelukken en
infecties verstopten de genen
De oude studies volgden mensen die rond 1900 leefden. Velen stierven
toen jong aan een infectie, een ongeluk of slechte leefomstandigheden.
Zulke sterfte heeft weinig met je
DNA te maken en drukte de schatting
omlaag.
Het Israëlische team haalde die sterfte er met een wiskundig model en
gesimuleerde “virtuele tweelingen” uit. Wat overblijft, is sterfte door
ouderdomsziekten. “Die studies waren niet fout, er zaten alleen veel
verstorende factoren in”, zegt Alon tegen de Amerikaanse gezondheidssite
STAT.
Het sterkst erfelijk bleek dementie. Tot je tachtigste is de kans om
aan dementie te overlijden voor ongeveer 70 procent erfelijk, meldt het
Weizmann Instituut. Bij kanker en hart- en vaatziekten ligt dat
lager.
Twee
langlevende ouders: 31 procent minder risico
Leidse onderzoekers kwamen in 2019 al met een Nederlandse aanwijzing.
Ze doorzochten stambomen van ruim 314.000 mensen uit Zeeland en de
Amerikaanse staat Utah, terug tot 1740.
Behoorden beide ouders tot de oudste 10 procent van hun geboortejaar,
dan was de kans om te overlijden op elke leeftijd 31 procent kleiner dan
bij leeftijdgenoten zonder zulke ouders. Ook langlevende ooms en tantes
tellen mee, ook als je ouders zelf niet heel oud werden. Het onderzoek
stond onder leiding van hoogleraar Eline Slagboom van het LUMC.
Je familie vertelt dus iets. Uit Japans onderzoek bleek eerder
hoe
goed mensen hun eigen levensduur voorspellen: de meesten schatten
zichzelf te laag in.
De 50 procent
gaat over verschillen tussen mensen
Het getal betekent niet dat de helft van jouw jaren al vastligt. Het
zegt hoeveel van de verschillen tussen mensen in een rijk en veilig land
met genen samenhangen. De onderzoekers schrijven zelf dat “erfelijkheid
een statistiek is die geldt voor een bepaalde bevolking in een bepaalde
omgeving op een bepaald moment”.
Graham Ruby, die de studie uit 2018 leidde bij het Amerikaanse
bedrijf Calico, wijst op hetzelfde punt. Haal je de ongelukken en
infecties weg, dan “zal de genetische bijdrage groter lijken, niet per
se omdat genen belangrijker zijn geworden”, zegt hij tegen STAT. Hij
noemt beide studies wel aanvullend op elkaar.
De andere helft:
elke sigaret kost 20 minuten
“Maar minstens 50 procent is toe te schrijven aan omgevingsfactoren”,
zegt Deelen. Daar heb je zelf invloed op.
Onderzoekers van University College London berekenden in 2024 dat
elke sigaret gemiddeld 20 minuten leven kost: 17 minuten bij mannen en
22 bij vrouwen. Rook je tien sigaretten per dag, dan komt dat neer op
ruim vijftig dagen per jaar.
Een Britse studie uit 2023 kwam uit op een winst tot ongeveer tien
jaar als je overstapt van een ongezond eetpatroon naar een eetpatroon
met veel groente, peulvruchten, volkoren en noten.
Zo gebruik je je
familiegeschiedenis
- Schrijf op wie waaraan overleed en op welke
leeftijd: je ouders, broers en zussen, ooms en tantes.
- Kwamen hart- en vaatziekten op jonge leeftijd voor in je
familie? Volgens de richtlijn voor huisartsen en specialisten
is dat een reden om je risico te laten schatten. Mannen boven de 40 en
vrouwen boven de 50 kunnen er ook om vragen.
- Zo’n check doet je huisarts of
praktijkondersteuner. Die meet je bloeddruk en gewicht en laat
je bloed prikken voor cholesterol, bloedsuiker en nierfunctie, schrijft
Thuisarts.nl.
Meer weten?