Johnny de Mol wil dat OM hem vervolgt na aangifte ex-verloofde

Johnny de Mol heeft woensdag het Openbaar Ministerie in Amsterdam gevraagd een strafrechtelijk onderzoek in te stellen en tot zijn vervolging over te gaan naar aanleiding van de aangiftes die zijn ex-verloofde Shima Kaes tegen hem heeft gedaan. Dat meldt zijn advocaat Peter Plasman. Kaes beschuldigt De Mol ervan dat hij haar tijdens hun relatie in 2015 heeft mishandeld.

De Mol heeft die aantijgingen altijd categorisch ontkend. Met een grondig onderzoek van justitie en strafvervolging hoopt hij een einde te kunnen maken aan de aanhoudende, openlijk geuite beschuldigingen aan zijn adres, die hij telkens in het openbaar moet weerleggen. Hij wil dat dit gebeurt "bij de enige plaats waar dit thuishoort, namelijk bij politie en justitie en niet in de publiciteit", aldus Plasman. De Mol ziet de uitkomst van een strafzaak met vertrouwen tegemoet.

Kaes deed eind 2020 aangifte. Volgens advocaat Plasman hebben de zaakwaarnemers van Kaes daarvoor contact gelegd met zowel Johnny de Mol als zijn ouders, "om de familie tot een prestatie te bewegen - lees: betaling". De Mol en zijn vader John de Mol hebben toen aangifte gedaan van een poging tot afdreiging, een juridische term voor chantage.

Sinds die tijd zoeken Kaes en haar zaakwaarnemer voortdurend de media, aldus de raadsman. Het gaat om "herhalingen van de eerder geuite beschuldigingen". Dit belemmert De Mol in zijn persoonlijk en maatschappelijk functioneren. "Hij wordt door de acties van mevrouw Kaes en haar zaakwaarnemer min of meer gegijzeld."

De Mol heeft van meet af aan bij het OM aangedrongen op een snelle beslissing op zowel de aangifte van Kaes als die van hemzelf en zijn vader. Volgens Plasman heeft de officier van justitie toegezegd dat de beslissingen deze maand nog kenbaar gemaakt zullen worden.

Als het OM geen gevolg geeft aan zijn verzoek tot een strafrechtelijk onderzoek en vervolging, dan zal De Mol bij het gerechtshof een beklagprocedure starten om op die manier alsnog zijn eigen vervolging af te dwingen, zegt Plasman.