Clairy Polak over alzheimer: “De ziekte is een allesdoordringend monster”

Drie weken geleden overleed de man van Clairy Polak aan de gevolgen van alzheimer. Hij was al tien jaar ziek. Polak schreef er een roman over ‘Voorbij, voorbij’. In de Volkskrant vertelt de oud-presentatrice van Nieuwsuur over de lijdensweg die haar echtgenoot moest doormaken en over haar niet aflatende liefde voor hem.

Rouw
Ze dacht dat ze het rouwproces al had doorgemaakt toen hij vier jaar geleden naar een verpleeghuis ging. “Hij herkende me niet, hij had geen woorden meer, dus we hadden ook geen gesprekken. Het ­beperkte zich tot een beetje thee- en koffiedrinken en wat wandelen. Maar dat gaf toch enige structuur en zin aan mijn leven. En dat is weg,” vertelt ze aan de krant.

Je wilt dat het toeval is
Clairy kan zich niet herinneren wanneer de ziekte precies begon. “Er zijn in die ziekte geen piketpaaltjes. Iedere keer weer word je onverhoeds door het monster aangevallen. Als het even goed gaat, denk je: o, het is weg, maar dan komt het toch weer terug. Dat gaat van steeds te veel of te weinig zout in het eten gooien bij het koken, het gas aandoen om ­water op te zetten en het volgende moment niet meer weten waarom hij bij het fornuis staat, de wc niet kunnen vinden, tot in paniek raken als hij mij niet vond, de straat oplopen om mij te roepen, en dan de weg kwijtraken. Pas door de herhaling, als er heel veel van dat soort momenten zijn, gaat er een belletje rinkelen.

Je wilt zo graag dat het toeval is. Dat is zo raar aan de menselijke psyche. Een heel proces van ontkennen gaat vooraf aan het erkennen. Wanneer het echt niet meer te ontkennen is, is het moment dat je herinnering ook wordt aangetast. Je bent opgebouwd uit de herinneringen die je in de loop van je ­leven verzamelt. Als je die kwijtraakt, raak je een deel van je persoonlijkheid kwijt. En dan dringt langzaam het besef door wat voor ­vreselijke ziekte het is. Dan is het voor diegene die het heeft, op den duur bijna weer een zegen dat hij vergeet dat hij ziek is, denk ik.”

Eenzaam
Clairy denkt dat haar man vaak eenzaam was. “Al was het maar omdat hij niet meer weet dat ik net nog bij hem was of dat hij getrouwd is. Soms is er even blijdschap of iets van vrolijkheid, maar één minuut later is hij het vergeten en denkt hij weer dat hij alleen is. Ook al kan ik niet bevroeden hoe hij zijn ziekte heeft ervaren, ik denk dat er echt grote wanhoop was.”

Ook bij Clairy zelf was er soms wanhoop. Af en toe had ze zelfmoordgedachten. “Ik ben geen psycholoog, maar je wilt dat het stopt. Het is ook de uitzichtloosheid en het besef dat je… Kijk: je definieert jezelf toch ook in de zin van de betekenis die je voor een ander hebt. En die is ineens heel anders. Of die verdwijnt. En de zin die je zelf aan het leven geeft, wordt daarmee ook anders. Je vraagt je af: voor wie heb ik nog betekenis als het niet voor mijn eigen man is?’ Zachter: ‘En dan zijn er momenten dat je het even niet meer ziet zitten. Ja….”

Over hoe zwaar het was, vertelt ze: “Er is geen moment waarop die ziekte geen rol speelt. Zelfs in mijn slaap moest ik altijd extra waakzaam zijn, omdat hij kon weglopen en zomaar de straat op zou kunnen gaan. Alzheimer is een ­allesdoordringend monster.”

Drie keer failliet
Voordat hij ziek werd ging haar man twee keer failliet met een investeringsbedrijfje, waarbij hij veel van zijn klanten dupeerde. Het gebeurde nog een derde keer toen hij al alzheimer had. “Ik heb het een van zijn minder aantrekkelijke kanten gevonden. Tegelijkertijd kon hij heel goed met tegenslag omgaan. Dat vond ik ook weer leuk aan hem. Hij wilde graag een shortcut to wealth maken, maar het maakte hem ook niet uit om een stapje terug te moeten doen. Het was bij hem angst voor de armoe die er vroeger bij hem thuis was. Daar ben ik pas tijdens het schrijven van het boek achtergekomen, toen ik zijn verhalen las. Hij wilde nooit meer die ­armoede. Terwijl ik een goede baan had, ik verdiende goed, dus dat hadden we ook niet. Maar hij wilde toch zijn steentje bijdragen, denk ik. Pas nu, achteraf, besef ik hoe belangrijk dat voor hem was.”

Liefdevol zegt ze: “Ik ben van nature een behoorlijke pessimist en hij heeft in mij wakker gemaakt dat ik het leven van de zonnige kant ben gaan zien. Als hij in de buurt was, ging het leven een octaaf omhoog, schrijf ik. Behalve werken deden we alles samen.”

Bron(nen):   De Volkskrant