‘Ziekte, dood en waanzin stonden aan mijn wieg en bleven mijn hele leven bij me’

Voor het eerst wordt in Nederland uitgebreid aandacht besteed aan Edvard Munch (1863-1944). In de Kunsthal Rotterdam worden tot en met 20 februari 2011 ruim 150 schilderijen en werken op papier tentoongesteld van de Noorse schilder, die vooral bekend is van ‘De Schreeuw’ (1893). Alle werken zijn afkomstig uit particuliere collecties en worden éénmalig samen gebracht.

Sommernacht am Strand, 1892

Edvard Munch was van grote invloed op de ontwikkeling van het expressionisme in de laat 19e en begin 20e eeuw. Vanaf het begin van zijn kunstenaarschap in 1880 breekt hij radicaal met alle heersende conventies in de kunst. Als reactie op de verstarde burgerlijke moraal van zijn tijd sluit hij zich aan bij vooruitstrevende kunstenaarskringen in Kristiania (het toenmalige Oslo). Op zoek naar zijn eigen artistieke expressie experimenteert hij met verschillende materialen en technieken. Hij absorbeert invloeden van het actuele naturalisme, impressionisme en symbolisme en verwerkt deze in een eigen, persoonlijke vormentaal.

Spring-Evening-on-Karl-Johan-Street, 1892

Munch was ontzettend productief. Op zijn 17e begon hij met schilderen en in zijn 80-jarige leven maakte hij 20.000 kunstwerken. Eenzaamheid, angst en de dood zijn regelmatig terugkerende thema’s. De tegenslagen in zijn leven, zoals de dood van zijn moeder en zusje, en het religieuze fanatisme van zijn vader laten diepe sporen bij hem achter. Ook laat hij zich inspireren door de schrijvers August Strindberg en Henrik Ibsen, en de kunstenaars Paul Gauguin, Vincent van Gogh en Henri Toulouse-Lautrec. Met buitengewone gevoeligheid verbeeldt hij de machteloosheid en paniek die dood, ziekte en verval met zich meebrengen.

de Madonna-serie, 1895-1902

De oorspronkelijke titel van de Madonna-serie is ‘Woman in Love’. Anders dan de nieuwe titel van het werk en de aureool doen vermoeden is dit geen religieus werk. De vrouw is fysiek en psychisch vervuld met liefde. In de geschilderde lijst zwemmen spermacellen om haar heen. Het kale wezentje linksonder is een ziekelijk, dood kind, Munch’s zusje die nooit heeft kunnen opgroeien. Munch wilde zelf nooit kinderen krijgen uit angst dat zijn nazaten ook jong zouden sterven, of aan dezelfde angsten als hij zouden lijden.

Bron(nen):   Kunsthal Rotterdam  Kunstbeeld