Vermogensongelijkheid in Nederland groter dan gedacht: rijkste 1 procent bezit derde van vermogen

Nederland staat bekend als een land waar de inkomens behoorlijk gelijk zijn verdeeld. Dat is ook zo, maar de vermogens zijn dat niet. De rijkste 1 procent bezit een derde van al het private vermogen, ongeveer 1.600 miljard euro.

Dat schrijft de Volkskrant op basis van een stuk in het economenvakblad ESB van vier wetenschappers, waaronder directeur Coen Teulings van het Centraal Planbureau en de Utrechtse hoogleraar Bas van Bavel.

Eerder werd de vermogensongelijkheid lager ingeschat, maar nieuwe cijfers van het ministerie van Financiën maken de kloof tussen arm en rijk een stuk groter. Het vermogen bestaat uit bank- en spaarrekeningen, aandelen en onroerend goed, minus alle schulden. Daarbij is duizend miljard aan pensioenvermogen nog niet eens meegerekend, omdat dit geen ‘vrij vermogen’ is.

Ouderen en huizenbezitters
Het vermogen in Nederland zit vooral bij ouderen en huizenbezitters, omdat woningen zoveel meer waard zijn geworden. Er is een grote kloof ontstaan met de onderste helft van 7,7 miljoen huishoudens, die nauwelijks vermogen hebben of alleen maar schulden.

Uit de nieuwe cijfers blijkt dat de rijkste procent van Nederland acht tot elf procent meer heeft dan gedacht. De rijkste tiende procent heeft anderhalf keer meer dan tot nu toe berekend. Het verschil in de berekeningen komt vooral voort uit ‘geschuif tussen fiscale boxen’ en het wegsluizen van geld naar belastingparadijzen. De wetenschappers vinden het verschil ‘opzienbarend, gezien het maatschappelijk belang’.

Bron(nen):   De Volkskrant