‘Harde grens overdrachtsbelasting starters werkt marktverstorend’

Starters onder de 35 jaar die een woning van 400.000 euro of meer willen aanschaffen, moeten vanaf 1 april volgend jaar toch 2 procent overdrachtsbelasting betalen. Dat staat in het woonakkoord dat minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken heeft gesloten met oppositiepartijen GroenLinks en PvdA. Die grens van 400.000 euro gaat marktverstorend werken, zegt Vereniging Eigen Huis (VEH).

De marktverstoring treedt volgens VEH op bij huizen die net wat meer waard zijn dan 400.000 euro, wat vooral in grote steden al snel het geval is. "Kopers betalen voor een huis van 410.000 euro dan 8200 euro belasting. Wanneer ze 399.999 euro betalen voor een huis hoeven ze geen belasting te betalen. Dat zet de huizenprijzen in die prijscategorie onder druk", aldus de organisatie van huizenbezitters. Overdrachtsbelasting kan niet worden meegefinancierd bij de koop van een huis.

"Het is beter om alleen het bedrag boven de 400.000 euro te belasten", zegt directeur belangenbehartiging Karsten Klein van VEH. "Kopers onder de 35 jaar die een huis kopen van bijvoorbeeld 410.000 euro betalen dan alleen 2 procent overdrachtsbelasting over 10.000 euro", legt hij uit.

Regels
Op Prinsjesdag kondigde het kabinet aan de overdrachtsbelasting voor huizenkopers onder de 35 jaar te schrappen. Bij de aankoop van een woning van 300.000 euro zou dat 6000 euro schelen. De maatregel werd door de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) al complex genoemd en over de neveneffecten is veel discussie. Zo kan de maatregel mogelijk een prijsopdrijvend effect hebben.

Jonge kopers die tussen 1 januari 2021 en 1 april 2021 een huis kopen van 400.000 euro of meer, hoeven de overdrachtsbelasting niet te betalen. Zo wil het kabinet starters tegemoet komen die al plannen hadden om een woning te kopen. De Eerste Kamer moet zich nog buigen over de woonbegroting van Ollongren. De Tweede Kamer deed dat afgelopen week, maar moet er nog over stemmen.