De hypotheekcrisis, vervolg

De kredietcrisis was nog nauwelijk begonnen of de namen van Fannie Mae en Freddie Mac buitelden over de nieuwspagina’s. Met het piramidespel waarbij hypotheken veelvuldig werden verpand bleek maar al te vaak dat de veronderstelde overwaarde van huizen niet bestond en toen de bubble barstte, mocht de Amerikaanse staat met vele miljarden dollars (400 miljard) bijspringen.
Fannie Mae en Freddie Mac waren er voor de minst bemiddelde huizenbezitters en de Financial Times vraagt zich af hoe in dit segment de zaken ervoor staan.
Inmiddels speelt de overheid een grote rol op deze markt om te voorkomen dat hypotheken eindeloos worden doorverkocht. Banken die hun hypotheken willen doorstoten komen nu terecht bij de Federal National Mortgage Association en de Federal Home Loan Mortgage Corporation, door de overheid gesponsorde ‘mortgage’ instellingen. Wie hier met een ‘jumbo’-lening aan komt zetten, krijgt nul op het request want de condities waaronder nog geleend kan worden, zijn bijzonder strikt. 
De Amerikaanse staat heeft zich zozeer met Fannie en Freddie verknoopt, dat buitenlandse investeerders die er hun geld in hebben zitten, niet hoeven te wanhopen: de overheid staat garant. 
De betrokkenheid is inmiddels zo groot, dat ze onderwerp is geworden van politiek debat. En Republikeinen en Democraten elkaar in de haren vliegen over de vraag hoezeer de federale overheid in deze business is verzeild geraakt. 
Er in stappen ging snel toen de nood zo verschrikkelijk hoog was. Er weer uitkomen, is een veel ingewikkelder verhaal.

Bron(nen):   Financial Times