Analyse: de economische realiteit in 2011 is simpel

Het ging met de internationale economie een stuk beter dan economische goeroes en zelfbenoemde glazenbolkijkers in januari hadden voorspeld. De Chinese economie is (nog) niet oververhit geraakt, het zomerdipje in Amerika’s herstel is geen W-vorming recessie gebleken. Oke, in Europa zijn we nog niet uit de doemscenario’s ontsnapt, maar de Eurozone als geheel heeft een aardige economische groei gekend, zij het vooral dankzij ‘Wirtschaftswunder’ Duitsland.
Zet deze positieve trend zich door in 2011, vraagt The Economist zich af.

Begin dit jaar waren investeerders duidelijk te pessimistisch. Voor 2011 lijkt het vertrouwen misschien wel iets te groot. Vergeet termen als China, India of Zuid-Amerika. Wat er zich volgend jaar gaat afspelen hangt simelweg af van ontwikkelingen in drie gebieden: De Verenigde Staten, de Eurozone en de Rest (ook bekend als Opkomende Markten) Deze drie economische gebieden slaan volgend jaar ieder een totaal andere weg in. Japan mag van The Economist overigens op de grote hoop van de Rest, omdat het land in zijn eentje nauwelijks meer een rol van betekenis kan spelen.
Laten we beginnen bij de Opkomende Markten. De meeste landen kennen dezelfde problemen: een te snelle economische groei, stijgende inflatie en een veel te losse monetaire politiek. Om inflatie te stoppen moeten de overheden ingrijpen met scherpe monetaire maatregelen. Te weinig, en de inflatie loopt uit de hand, te veel en de groei vertraagt. Het is de vraag of die landen dit vraagstuk verstandig behandelen, China worstelt er al enige tijd mee.

In Europa zal de groei afnemen, vooral omdat de overheid minder uit geeft. In sterke landen als Duitsland kan dit voor onrust zorgen, terwijl landen als Griekenland en Ierland weinig keus hebben. Hen staat een zeer sober jaar te wachten. Ook in europa moeten moeilijke beslissingen genomen worden. Het bankensysteem, dat gebaseert is op het idee van gelijkwaardigheid tussen de lidstaten, moet duidelijk op de schop.
Amerika gaat ondertussen een heel andere kant op. De geldpers is onlangs aangezet en de belastingvoordelen voor rijke burgers en bedrijven blijft in stand. Een nieuwe dosis steroïden dus, die voor kunstmatige groei zal zorgen. Mede dankzij deze maatregelen kan de economie volgend jaar 4% groeien. TEgelijk neemt de regering-Obama nauwelijks actie om het enorme begrotingstekort terug te brengen. Uiteindelijk kan het Amerika vergaan als de zwakke eurolanden onlangs. Het vertrouwen wordt ondermijnd, en de rentes op staatsobligaties ontploffen.

Conclusie is dat het Europa en Amerika voor problemen staan en de Rest voor uitdagingen. De keuze tussen een Amerika en Europa in de schulden en de Rest dat de groei amper aankan lijkt voor een belegger niet moeilijk. Simplificaties kunnen de realiteit verhelderen. Volgend jaar kijken we nog eens naar dit artikel en zullen we zien of we gelijk hadden.
  

Bron(nen):   The Economist