Eurozone in de problemen: ‘Schuldencrisis zoals in 2012 niet langer ondenkbaar’

De economie van de eurozone wankelt. Belangrijkste signaal daarvoor zijn de oplopende spreads: de verschillen in rente tussen Noord- en Zuid-Europese landen, schrijft de Volkskrant.

In Zuid-Europa exploderen de staatsschulden en dus eisen beleggers hogere risicopremies, zegt Harald Benink, hoogleraar economie van de Europese Unie in Tilburg, tegen de krant. De renteverschillen lopen daardoor op: waar in Duitsland de rente op staatsobligaties steeg van 0,27 procent negatief naar 1,01 procent positief, ging die in Italië van 1,19 naar 3,15 procent en die in Griekenland zelfs van 1,17 naar 3,63.

Daarbij komt dat de Europese Centrale Bank (ECB) het opkopen van staatsobligaties afbouwt en de rentes verhoogt. En dus is een herhaling van de crisis in 2012 niet langer ondenkbaar, schrijft de Volkskrant. Toen liepen de spreads op tot 6 procent. De euro werd gered doordat de zuidelijke landen miljardenleningen kregen uit Brussel.

Maar er was toen één geluk: de inflatie was laag. Nu is de situatie dus eigenlijk nog giftiger en niet alleen vanwege die hoge inflatie, maar ook omdat de ECB al zoveel schulden is aangegaan in de coronacrisis. De staatsschulden van landen als Italië en Griekenland zijn met 150 tot 193 procent van het bbp onverminderd hoog.

Bezuinigingen kunnen de landen nauwelijks aan, meer lenen is ook geen goed idee. Een oplossing is om obligatieleningen uit te geven voor rekening van alle eurozonelanden samen, maar dat is een flinke stap richting verdere eenwording.

Bron(nen):   De Volkskrant