Armoede bereikt Europese middenklasse

Armoede wordt hoe langer hoe meer een normaal verschijnsel in Europa. "De vrijwilligers van vroeger vragen nu zelf om hulp", zegt Jorge Nuño, secretaris-generaal van Cáritas Europa tegen de Spaanse krant El Pais. Wie vijf jaar geleden nog tot de middenklasse behoorden, zijn nu de nieuwe armen.

Volgens de Europese Unie werden in 2009 in de 27 lidstaten 115 miljoen mensen bedreigd door armoede en sociale uitsluiting (23,1 % van de bevolking). In 2007 waren het er nog 85 miljoen (17% van de bevolking). Niet alleen in Griekenland, Spanje of Ierland, "maar ook in Frankrijk, Duitsland of Oostenrijk", aldus Nuño. 
Uit de statistieken van Eurostat blijkt dat de crisis vanuit Portugal, Ierland, Griekenland en Spanje, maar ook Oost-Europese lidstaten, onze kant op komt. Ook in lidstaten met een gezonde economie krijgen krijgen steeds bredere lagen van de bevolking ermee te maken.

Het gaat om "mensen met zeer slecht betaald werk, die met moeite rondkomen en die bovendien geen enkele hulp krijgen; mensen tussen de 30 en de 45 jaar, al dan niet met een gezin, die geen uitkering krijgen omdat ze een inkomen hebben en zich nu gedwongen zien weer bij hun ouders in te trekken om hun hypotheek te kunnen blijven betalen", zegt Joan Subirats van de Vrije Universiteit van Barcelona. "Voor de andere groepen (bejaarden, kinderen, vrouwen en immigranten, red.) wordt nog wel gezorgd, maar de middenklasse krijgt geen enkele aandacht." 

Na vijftien jaren van welvaart en nieuwe rijken heeft de crisis een laag van de bevolking uitgedund die tot 2007 zelf hun broek op kon houden. Nu moeten ze kiezen tussen en warme maaltijd per dag of het verwarmen van hun huis, tussen het betalen van de hypotheek of het kopen van eten.
Dat steeds meer mensen aan de rand van de samenleving belanden, is volgens El Pais niet slechts een maatschappelijk probleem, het zal ook grote politieke gevolgen hebben.

Bron(nen):   El Pais/PressEurope